Paragrafen

Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van deze heffingen zijn van belang omdat die immers veelal de enige mogelijkheid vormen om aanvullende wensen te kunnen verwezenlijken (i.c. dekken). Door vaststelling van de begroting worden de wensen in principe bekrachtigd en daarmee ook de middelen ingezet.

Deze paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op de in de gemeente Valkenswaard geheven belastingen en heffingen (retributies, rechten en leges) en de betekenis daarvan voor de gemeente. Inzicht wordt gegeven in de heffingen. Per heffing wordt ingegaan op het beleid, de geraamde inkomsten en de tarieven. Tevens wordt ingegaan op de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid. 


De lokale heffingen zijn te onderscheiden in onderstaande categorieën.

Algemene dekkingsmiddelen Bestemmingsheffingen
Onroerende zaakbelasting Rioolheffing
Parkeergelden Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
Precariobelasting Leges
Reclamebelasting Begraafplaatsrechten
6.1

Tarieven lokale heffingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Tarieven lokale heffingen

Het beleid voor lokale heffingen is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
•  Trendmatige verhoging (inflatiecorrectie) van algemene heffingen (OZB);
•  Extra verhoging van algemene heffingen is gerelateerd aan een verbetering van het voorzieningenniveau voor de inwoners;
•  Kostendekkende tarieven: dit betekent dat de tarieven jaarlijks in elk geval trendmatig worden verhoogd in verband met loon- en prijsontwikkelingen.

Het beleid voor lokale heffingen is vastgelegd in (beleids-)nota’s en/of verordeningen. 

Bedragen x €1.000
Exploitatie Jaarrekening 2024 Primitieve begroting 2025 Begroting 2025 (incl klad en wijzigingen) Jaarrekening 2025
60020300 Secretarieleges 383 305 305 389
60061100 Onroerende zaakbelast woningen eigenaren 5.960 5.904 6.291 6.302
60062100 Onroerende zaakbelast nietwoningen eigenaren 1.707 1.720 1.732 1.743
60062200 Onroerende zaakbelast niet woningen gebruiker 1.204 1.206 1.211 1.217
60063101 Betaald en belanghebbenden parkeren baten 787 701 751 764
60064100 Reclamebelasting 86 90 90 82
60064200 Precariobelasting 69 62 62 68
67020900 Rioolrechten 3.453 3.637 3.637 3.645
67030900 Afvalstoffenheffing 4.426 4.853 4.884 4.904
67050900 Baten begraafplaatsrechten 169 188 123 170
68030900 Bouwleges 654 869 697 601

Onroerende zaakbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerende zaakbelasting

Alle onroerende zaken binnen de gemeentegrenzen worden jaarlijks gewaardeerd. Op basis van eerdergenoemde uitgangspunten en het tarief gebaseerd op een percentage van de WOZ-waarde, wordt de aanslag onroerende zaakbelastingen berekend en aan de belastingplichtige opgelegd. In de begroting 2025 is een opbrengst gecalculeerd van € 9.235.000. De realisatie bedraagt in 2025 een bedrag van € 9.261.000.

bedragen x € 1.000
Omschrijving WOZ waarde (peildatum per 1/1/2024) Tarief 2025* Rekening 2024 Gewijzigde begroting 2025 Realisatie 2025 Verschil begroting - relisatie
Woningen 6.009.122 0,0978 5.959 6.291 6.302 -11
Niet woningen eigenaren 657.029 0,2614 1.707 1.732 1.742 -10
Niet woningen gebruikers 586.982 0,2054 1.204 1.211 1.217 -6
Totaal 8.870 9.234 9.261 -27
* Tariefbedrag: bedrag is zoals genoemd, niet x €1.000 6.2

Parkeerbelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Parkeerbelasting

Het parkeerbeleid is verwoord in de vastgestelde “Visie op Parkeren”. Dit heeft als basis gediend voor de regelgeving in de Parkeerverordening en de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen. Uw Raad heeft het tarief voor parkeren bepaald op € 0,60 voor het 1e uur, volgende 60 minuten € 1,70 per uur, en dagkaart € 7,50 per dag. Op koopzondagen bedraagt het parkeertarief € 0,00.

Het innen van parkeerbelasting dient gezien te worden als een sturingsinstrument voor het reguleren van de parkeerdruk. De opbrengst is in de bijgestelde begroting 2025 gecalculeerd op € 750.842 inclusief parkeerkaarten en naheffingstoeslagen. De realisatie in 2025 bedraagt € 764.571, inclusief parkeerkaarten en naheffingsaanslagen. Hierdoor ontstaat er een voordeel van € 13.729 ten opzichte van de begroting. 

Centrumgebied Schil centrum
Tijd Tarief Tijd Tarief
60 minuten € 0,60 60 minuten € 1,50
120 minuten € 2,40 120 minuten € 3,00
180 minuten € 4,00 24 uur/dagkaart € 3,00
240 minuten € 5,60
240 minuten maximale parkeertijd
6.3

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Precariobelasting

Het is mogelijk om voor het gebruik van gemeentegrond precariobelasting te heffen. De belasting is verschuldigd als een ondernemer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft (bijvoorbeeld terras, luifel, pijpleiding, uithangborden, e.d.). De opbrengst komt ten goede aan de algemene middelen, tenzij er sprake is van een specifieke opmerking. De hoogte van de precariobelasting hangt af van de soort en de grootte van de voorwerpen en van de oppervlakte die in beslag genomen wordt.

De gemeente Valkenswaard legt alleen precariobelasting op bij terrassen (zomer, winter of tijdelijke terrassen). Op grond van de afgegeven vergunningen wordt een aanslag opgelegd. In de primitieve begroting was een bedrag van € 62.000 opgenomen voor inkomsten precariobelasting. Er zijn geen wijzigingen geweest met betrekking tot de primaire begroting. De realisatie in 2025 bedraagt €68.000.

Reclamebelasting

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Reclamebelasting

In september 2014 is reclamebelasting voor een beperkt gebied in het centrum ingevoerd. De uit de reclameheffing verkregen opbrengst kan in beginsel vrij besteed worden. De reclameheffing is, net als bijvoorbeeld de OZB en de toeristenbelasting, een vrij besteedbare belasting. De opbrengst van de reclameheffing wordt echter ingezet voor structurele financiering van het Ondernemersfonds van de Stichting Centrum-Management Valkenswaard.

Uit het Ondernemersfonds worden de kosten betaald van activiteiten ter versterking van de economische aantrekkelijkheid van het centrum van Valkenswaard. Het gaat dan onder meer om publiek aantrekkende activiteiten, activiteiten op het gebied van leegstandsbestrijding, veiligheids-(beleving) en promotie & marketing. Hiertoe stelt de Stichting Centrum-Management Valkenswaard jaarlijks een activiteitenplan op. In de primitieve begroting was een bedrag van € 90.000 opgenomen voor inkomsten reclamebelasting. De realisatie in 2025 bedraagt €81.000.

(Brede) rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - (Brede) rioolheffing

De gemeente dekt de jaarlijkse kosten van het (verbreed) Gemeentelijk Rioleringsplan door de rioolheffing, waarbij verschillen tussen de kosten en de rechten worden onttrokken dan wel gestort in de voorziening riolering. De verordening dient als (beleids-)kader. Op dit moment is de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken van kracht. Hierin zijn verdisconteerd de grondwaterzorgplicht, de afvalwaterzorgplicht en de hemelwaterzorg. Naast de afvoer van het hemelwater en afvalwater heeft de gemeente ook de algehele zorgplicht voor water (zowel grond- als oppervlaktewater). 

Rekening 2024 Begroting na wijziging 2025 Rekening 2025
Opbrengst Rioolheffing 3.453 3.637 3.645
Kosten riolering 4.060 4.271 4.090
Saldo gestort/onttrokken in voorziening -607 -634 -445
6.4

In de begroting (na wijzigingen) is begroot dat er in 2025 een onttrekking uit de voorziening zal plaatsvinden van € 634.000. De realisatie wijkt af van dit bedrag met een verschil van € 189.000. De werkelijke lasten waren lager en de werkelijke inkomsten zijn hoger dan begroot. Dit resulteert in een lagere onttrekking (€ 445.000) uit de voorziening. 

Kostendekkenheid rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kostendekkenheid rioolheffing

Uitgangspunt is 100% kostendekkendheid over meerdere jaren. Vanwege het grillige karakter van de investeringen voor dit taakveld worden pieken en dalen opgevangen via de voorziening riolering. Op deze manier kunnen ook toekomstige investeringen worden gedaan, zonder de rioolheffing meer dan trendmatig te verhogen.

 

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing wordt gebruikt om de kosten te dekken van het verwijderen van het huishoudelijk afval. De uitvoering van deze taak is opgedragen aan Cure, een samenwerkingsverband van de gemeenten Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard. De tarieven worden berekend op basis van maximaal 100% kostendekkendheid over meerdere jaren.

Kleine bedrijven in het centrum van Valkenswaard, waar afval vrijkomt dat naar aard en hoeveelheid overeenkomt met huishoudelijk afval en die geen ruimte hebben om een container van een commercieel afvalbedrijf te plaatsen en die gelegen zijn aan de inzamelroute van huishoudelijk afval, kunnen een container bij Cure aanvragen. Dergelijke bedrijven betalen geen afvalstoffenheffing, maar een zogenaamd reinigingsrecht, waarvan de hoogte overeenkomt met het tarief afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden. 

De GR Cure voert naast de taken op het gebied van afvalinzameling, en de uitvoering van de zogenaamde facilitaire taken (beheer van de milieustraat, de inzameling, transport en verwerking van glas en oud papier en karton en de verwerking van klein gevaarlijk afval) extra taken uit, waaronder de beleidsvoorbereiding. 

Rekening 2024 Begroting na wijziging 2025 Rekening 2025
Totaal afvalstoffenheffing 4.381 4.808 4.817
Totaal reinigingsrecht 46 76 87
Totaal inkomsten 4.427 4.884 4.904
Totaal kosten 4510 4999 4917
Totaal uitgaven 4510 4999 4917
Totaal resultaat -83 -115 -13
6.5

Voorziening afvalstoffenheffing
Voor de inwoners van de gemeente Valkenswaard vinden wij een constante ontwikkeling van de tarieven gewenst. Het BBV biedt hiertoe de mogelijkheid om een voorziening egalisatie afvalstoffenheffing te vormen waardoor overschotten en tekorten via deze voorziening kunnen worden geëgaliseerd. Normaal gesproken moet een voorziening ook onderbouwd worden met een onderhoudsplan. Op deze voorziening is echter een uitzondering van toepassing. De reden is dat middelen van burgers die bedoeld waren voor afvalstoffenheffing op deze manier gereserveerd blijven voor het doel waarvoor ze zijn geïnd. 

Het negatieve resultaat van € 13.000 euro op afval in 2025 is reeds onttrokken uit de voorziening afval. Dit is in het resultaat verwerkt. 

Begraafplaatsrechten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Begraafplaatsrechten

De gemeente beheert twee begraafplaatsen: Eikenhof (de Sil) en Rosheuvel (Kerkhofstraat).

Rekening 2024 Begroting na wijziging 2025 Rekening 2025
Begraafplaatsrechten 169 123 170
Uitgaven 310 268 221
Saldo -141 -145 -51
Dekkingspercentage 55% 46% 77%
6.6

Leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Leges

Onder de naam ‘leges’ heft de gemeente een aantal verschillende rechten voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Te denken valt aan: leges burgerzaken, leges A. P. V.-vergunningen, leges bouwvergunningen en leges gebruiksvergunningen.


*onderstaande tabel is ingevuld met behulp van kostendekkendheid.nl. Niet alle inkomsten die hierboven zijn opgesomd in tabel tarieven lokale heffingen worden ingevuld in kostendekkendheid. Daardoor kunnen de bedragen iets afwijken.

Omschrijving Kosten Opbrengsten Kostendekkenheid
1. Algemene dienstverlening
Burgelijke stand 76.663 40.585 53%
Reisdocumenten en Nederlands indentiteitskaart 511.658 458.361 90%
Rijbewijzen 45.278 119.584 264%
Verstrekking in het kader van basisregistratie persoonsgegevens 25.940 16.738 65%
Bestuursstukken 0 0 0%
Vastgoedinformatie 0 0 0%
Overige publiekszaken 48.379 20.112 42%
Gemeentearchief 0 0 0%
Bijzondere wetten 123.265 97.686 79%
Diversen 0 0 0%
Totaal 831.183 753.066 91%
2. Omgevingwet
Algemene bepalingen 0 0 0%
Voorfase 92.600 42.955 46%
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken 608459,00 490526,00 81%
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed 0 0 0%
Milieubelastende activiteiten 0 0 0%
Lozingsactiviteiten 0 0 0%
Aanlegactiviteiten 28.654 9.913 35%
Overige activiteiten 10.332 15.953 154%
Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten 203 65 32%
Gelijkwaardigheid 0 0 0%
Overige tarieven 23.643 19.391 82%
Modaliteiten (verhoging) 15.665 17.520 112%
Vermindering 0 7.942 0%
Teruggaaf 0 15.986 0%
Totaal 779.556 620.251 80%
3. Europese dienstenrichtlijn
Horeca 10.532 9.394 89%
Seksbedrijven 0 0 0%
Winkeltijdenwet 0 0 0%
Organiseren evenement of markt 8.886 2.110 24%
Standplaatsen 0 0 0%
Huisvestigingswet 2014 0 0 0%
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit 0 0 0%
Totaal 19.418 11.504 59%
Totaal kostendekkendheid 1.630.157 1.384.821 85%
6.7

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kwijtschelding

De gemeente kan kwijtschelding verlenen voor gemeentelijke heffingen, waarbij zij zelf kan beslissen voor welke heffingen kwijtschelding mogelijk is. In Valkenswaard is kwijtschelding alleen mogelijk voor de afvalstoffenheffing (gedeeltelijk). Voor de overige heffingen zoals onroerende zaakbelasting, rioolrecht, leges burgerzaken is geen kwijtschelding mogelijk. Valkenswaard hanteert de maximumnorm van 100%, dit betekent dat op 100% van het bijstandsniveau belastingen worden kwijtgescholden. Het maximumbedrag aan kwijtschelding bij de afvalstoffenheffing is € 175.

Wij verlenen ‘automatisch’ kwijtschelding aan huurders van woningen die twee maanden vóór de dagtekening van de aanslag één jaar onafgebroken een uitkering hebben genoten op basis van Wet Werk en Bijstand en die geen positieve vermogensbestanddelen hebben. In 2025 is voor  € 88.000 aan kwijtschelding verleend.

Belastingdruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Belastingdruk

De berekening van de belastingdruk is gebaseerd op de som van afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden, de gemiddelde waarde van de onroerende zaken (OZB) en de rioolheffing.

Soort belasting of heffing Rekening 2023 Rekening 2024 Rekening 2025
Afvalstoffenheffing 332 330 360
OZB belasting (op basis van gemiddelde woningwaarde) 416 415 410
Rioolheffing 210 215 225
Belastingdruk per meerpersoonshuishouden 958 960 995
6.8

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeente in staat is financiële risico's op te vangen, welke risico's aanwezig zijn en hoe deze risico's ondervangen worden. 

Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moet er een zekere mate van vrije ruimte zijn binnen de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. Het gaat dan om risico’s die niet zijn verzekerd of waarvoor geen voorziening is getroffen. De beoordeling van het weerstandsvermogen geeft inzicht in de actuele financiële positie. Een actualisering hiervan vindt jaarlijks plaats bij de jaarrekening en de begroting.

In het onderdeel risicobeheersing wordt ingegaan op de aanwezige risico's die zich zowel binnen de organisatie als buiten de organisatie aanwezig zijn. Deze risico's zijn niet voorzien of begroot en moeten daarom gedekt kunnen worden uit het weerstandsvermogen.

Ten slotte wordt de financiële weergegeven in een aantal kengetallen, waar de financiële positie van de gemeente Valkenswaard uit blijkt. 

Beleid

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid

De weerstandscapaciteit zetten wij af tegen de risico’s en het risicomanagement. Doordat we risico’s inventariseren, analyseren en beoordelen, kunnen we risicoprofiel bepalen, risico’s aan de voorkant beheersen, structureel inbedden van risicomanagement in de organisatie en kunnen we een ratio ‘weerstandsvermogen’ (verhouding risicobedrag tegenover weerstandscapaciteit) bepalen. 

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we een relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en daarbij gewenste weerstandscapaciteit enerzijds en de beschikbare weerstandscapaciteit anderzijds. De relatie tussen beiden geven we in onderstaande figuur weer:

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteit

Per 31 december 2025 is de samenstelling van ons weerstandsvermogen als volgt:

bedragen x € 1.000
Weerstandscapaciteit 2024 2025
Algemene reserve 13.003 17.328
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves 8.325 4.896
Budget onvoorzien 50 50
Rekeningresultaat 4.107 3.081
Stille reserve(s) 0 0
Onbenutte belastingcapaciteit 233 638
Kostenreductie (bezuinigingen) 0 0
Totaal 25.718 25.993
7.1

Risico's

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's

Voor de bepaling van het weerstandsvermogen moeten de gekwantificeerde risico’s van de gemeente bij elkaar geteld worden. Ook moet er rekening gehouden worden met de kans dat de onderkende feiten zich zullen voordoen. Voor het bepalen van de kans dat een risico zich daadwerkelijk manifesteert, maken we per risico een analyse. Uit die analyse blijkt ook welk effect we kunnen verwachten als een risico zich voordoet.

De relevante risico’s voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn, maken geen deel uit van deze paragraaf. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten dan wel voorzieningen gevormd. Het gaat dus uiteindelijk om die risico’s die de financiële positie van de gemeente kunnen verstoren.

In het volgende overzicht zijn risico’s opgenomen van economische, politieke, juridische, milieutechnische of financiële aard. Deze risico’s zijn niet limitatief opgesomd. Naast de risico’s die feitelijk alle gemeenten lopen, zijn hier de risico’s vermeld  specifiek voor de gemeente Valkenswaard.

Bij mogelijke risico’s denken wij onder andere aan:

  1. Gevolgen van wereldwijde geo-politieke situatie (oorlogen)
  2. Cyberdreigingen
  3. Open-einde regelingen
  4. Beheerplannen
  5. Gemeenschappelijke regelingen (GGD, MRE, enz.)
  6. Economische ontwikkelingen (inflatie)

Voor bovengenoemde zaken geldt dat wij risico’s alleen meenemen als het om een materieel risico gaat. Hierbij hanteren wij de ondergrens van € 50.000. Wij dragen zorg voor een zo volledig mogelijk beeld van alle mogelijke risico’s binnen de gemeente. 

Bij het bepalen van een norm (ratio weerstandsvermogen) is het belangrijk dat we zoeken naar een evenwicht tussen financiële soliditeit enerzijds en het streven om niet onnodig geld ‘op de plank te laten liggen’ anderzijds. 

bedragen x € 1.000
Belangrijkste risico's Hoogte risicobedrag
Cyberdreigingen: We worden als overheid steeds vaker geconfronteerd met cyberaanvallen. Feit is dat de informatiebeveiliging zich langzamer ontwikkelt dan deze dreigingen. Gevolg is dat we steeds kwetsbaarder worden voor gijzelsoftware aanvallen waardoor de dienstverlening stil kan komen te vallen en persoonsgegevens van inwoners in handen van derden komen. De herstelkosten zijn aanzienlijk. 1.000
Inflatie: De inflatie stijgt al een aantal jaren meer dan het gemiddelde van voorgaande jaren, het risico bestaat dat de stijgende kosten niet volledig gecompenseerd worden via de Algemene Uitkering 250
Ontwikkelingen gemeentefonds: de Algemene Uitkering is onderhevig aan diverse wijzigingen; dit maakt het steeds complexer om een meerjarige begroting op te stellen 2.000
Schadeclaims: de gemeente kan schadeclaims ontvangen die zijn ontstaan door onder andere onvoldoende weg- of groenbeheer, het wijzigen van bestemmingsplannen, het uitvoeren van grote (bouw)projecten, het verlenen of weigeren van vergunningen, het uitvaardigen van nieuwe regels op het gebied van gebruik van openbare ruimten, het subsidiebeleid of welk ander onderwerp ook, als het maar in verband gebracht kan worden met de activiteiten die de gemeente ontplooit. 60
Planschade: in het kader van risicobeheersing wijzen we op de risico’s van schadeclaims op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de zogeheten planschade. Voor bestemmingsplannen die dienen ter actualisatie geldt dat eventuele planschade niet verhaald kan worden op de ontwikkelaar. Op grond van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening geldt per 1 juli 2008 – een drempel van 2%, wat inhoudt dat planschade alleen tot uitkering komt als deze de waardevermindering van het object met meer dan 2% overschrijdt. Voor bestemmingsplannen die dienen ter ontwikkeling geldt dat met de ontwikkelende partijen planschadeovereenkomsten kunnen worden afgesloten om eventuele planschade af te wentelen op de ontwikkelende partij. 50
Verbonden partijen: risico’s worden conform het BBV, artikel 11, lid b, gedefinieerd als alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Als we geen redelijk beeld kunnen vormen van de risico’s en/of het weerstandsvermogen, nemen we standaard 10% van de gemeentelijke bijdrage op in het weerstandsvermogen van de gemeente. 2.100
Sociaal domein: wij hebben de begrotingsbedragen zo reëel mogelijk geraamd. In deze berekeningen zijn prijsstijgingen (P) voor zo ver bekend meegenomen, maar een eventuele stijging van aantallen (Q) niet. De compensatie die we als gemeente ontvangen voor de kosten van de jeugdzorg blijven substantieel achter bij de kosten die de gemeente maakt. De komende jaren wordt nog een stijging van de kosten verwacht. De VNG onderhandeld met het Rijk over deze compensatie; naar verwachting zullen niet alle kosten volledig vergoed gaan worden. De jeugdzorg is een open-einde-regeling. Bij de Berap is op basis van de meest recente inschatting een bijstelling van de aantallen gemeld. Echter, de ontwikkeling van de cliëntaantallen blijft onzeker, waardoor opname in de risicoparagraaf noodzakelijk is. Wij onderscheiden hierin de volgende clusters: Hulp bij het huishouden (250k) en Jeugdhulp (250k) 500
Drugsdumpingen: Wekelijks worden op verschillende plaatsen in de provincie Noord Brabant drugsdumpingen aangetroffen. Gemiddeld bedragen de kosten van het opruimen van een dergelijke dumping € 12.500. De kosten worden door het Rijk vergoed tot een maximum van € 25.000 per geval. Een enkele keer leidt een drugsdumping tot hele hoge saneringskosten, reden om een bedrag in de risico inventarisatie op te nemen. 100
Totaal 6.060
7.2

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

Op dit moment beoordelen we dat er een voldoende afdekking mogelijk is van de aanwezige risico's en de weerstandcapaciteit. Daarbij nemen we ook in overweging dat niet alle risico's zich gedurende één jaar zich voordoen dan wel in de volledige omvang. 

In deze benadering gaan we uit van een zekerheidspercentage van 90% dat alle risico’s zich tegelijk zullen manifesteren. Met de beschikbare weerstandscapaciteit en de benoemde risico’s heeft de gemeente dus voldoende weerstandsvermogen om de risico’s financieel af te dekken.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen

Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans. Ze kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. 

 

Kengetallen Voldoende Matig Onvoldoende
Netto Schuldquote < 100 100 > < 130 > 130
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen < 100 100 > < 130 > 130
Solvabiliteitsrisico > 50 30 < > 50 < 30
Structurele exploitatieruimte > 0,6 0 < > 0,6 < 0
Grondexploitatie
Belastingcapaciteit < 100 100 > < 120 > 120
7.3

Exceltabel: kengetallen

Kengetallen Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2025
Netto Schuldquote 45 41 50
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 45 41 47
Solvabiliteitsrisico 38 51 32
Structurele exploitatieruimte 3 0 0
Grondexploitatie 1 -1 2
Belastingcapaciteit 89 93 94
7.4

Netto Schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in de verhouding van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft derhalve een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of deze allen worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.

Solvabiliteitsrisico
Dit is de mate waarin de gemeente in staat is aan financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente.
Als er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (reserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Interpretatie: hoe hoger, hoe groter de weerbaarheid. De solvabiliteit van de gemeente zit in de veilige marge. 

Structurele exploitatieruimte
Dit cijfer helpt mee te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Grondexploitatie
De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 20% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.

Belastingcapaciteit
Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Wanneer dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze.
Onder de woonlasten wordt verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing (afvalstoffenheffing) voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishoudens in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1. Dit wordt uitgedrukt in een percentage.

Soort WOZ waarde 1/1/2025 (bedragen x €1.000) Tarief Valkens-waard (bedragen x €100) Tarief art. 12 Verschil in tarief Onbenutte belasting-capaciteit
Woningen 6.009.122 0,0978 0,1015 0,0037 222.338
Niet woningen eigenaren 657.029 0,2614 0,3102 0,0488 320.630
Niet woningen gebruikers 586.982 0,2054 0,2217 0,0163 95.678
Onbenutte belastingcapaciteit 638.646
7.5

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

De openbare ruimte is het visitekaartje van de gemeente. Een goed ingerichte en schoon onderhouden openbare ruimte betekent onder andere tevreden bewoners en bezoekers. In deze openbare ruimte vinden voor onze inwoners belangrijke activiteiten plaats als wonen, werken, verblijven, verplaatsen en recreëren. De inrichting en de kwaliteit van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte bepalen hiermee voor een groot deel de manier waarop onze inwoners in staat zijn deze activiteiten te ondernemen. Ook hebben ze invloed op de manier waarop onze inwoners de openbare ruimte ervaren.


Deze openbare ruimte is echter niet statisch. De openbare ruimte kan bijvoorbeeld groter of kleiner worden gemaakt. Ook kunnen er na verloop van tijd andere eisen worden gesteld aan de openbare ruimte. Een zeer actueel motief om het beheer van de openbare ruimte aan te passen, is de klimaatverandering. Daarvan zijn de effecten de laatste jaren goed merkbaar in onze gemeente. Maatregelen om wateroverlast te voorkomen of de biodiversiteit te versterken moeten we oppakken en bij toekomstige projecten en reconstructies zal klimaatbestendige inrichting de norm moeten worden. De aangepaste inrichting draagt bij aan het herstel van het verstoorde evenwicht. Zo maken we Valkenswaard weerbaar voor de klimaatverandering, zowel op het gebied van wateroverlast als op het gebied van droogte en hittestress.


Het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte zijn dus aan verandering onderhevig. Op deze verandering moeten wij met het beheer en onderhoud slagvaardig en adequaat reageren. Dit vereist een goede communicatie met onze inwoners, die wij moeten wijzen op het gezamenlijk belang dat wij hierbij hebben.

Verantwoordelijkheid voor de kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Verantwoordelijkheid voor de kapitaalgoederen

Wij hebben bij het beheer en het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte een drietal belangrijke verantwoordelijkheden:  
 
Veiligheid
We moeten ervoor zorgen dat de openbare ruimte voldoet aan de hiervoor vastgestelde normen en daarmee veilig is. We doelen dan op de technische kwaliteit van het kapitaalgoed: de technische staat van het kapitaalgoed en de inschatting of het veilig te gebruiken is gedurende de resterende technische levensduur. Voor het nemen van beslissingen over onderhoud en vervanging is het belangrijk dat we op de hoogte zijn van de kwaliteit op dit moment, het te verwachten kwaliteitsverloop in de toekomst en de vastgestelde norm(kwaliteit) van de voorziening. 
 
Functionaliteit
De openbare ruimte moet gebruikt kunnen worden waarvoor deze is ingericht. De functionaliteit van een kapitaalgoed speelt dus vanzelfsprekend een grote rol. Hierbij gaat het om de vraag wat het object zou moeten kunnen op plek x en in omstandigheid y, z. De intensiteit van het gebruik, en het op basis hiervan uit te voeren onderhoud, bepalen of de functionaliteit behouden blijft.  
 
Visuele kwaliteit
De inrichting van de openbare ruimte bepaalt in belangrijke mate de uitstraling van de gemeente. Naast het borgen van de technische kwaliteit en de functionaliteit, hebben we ook te maken met het verzorgingsniveau, oftewel de visuele kwaliteit van de openbare ruimte. We hebben het dan vooral over het duurzaam in stand houden, schoonhouden en het onderhoud van onze groenvoorzieningen, inclusief bomen. Dat is direct zichtbaar voor onze inwoners. Bovendien kunnen we er belangrijke keuzes in maken, zoals hoe schoon het moet zijn en hoe vaak er gemaaid of gesnoeid moet worden. De uitstraling van de gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door deze visuele kwaliteit. Ook hier zien we veranderingen en trends. Waar voorheen strak gemaaide bermen en grasvelden hoog gewaardeerd werden, zien we nu meer waardering voor het creëren van bermen en bloemrijke graslanden. Deze bermen en graslanden dragen in belangrijke mate bij aan de biodiversiteit.  
 
Om het kwaliteitsniveau van deze kapitaalgoederen op het gewenste peil te houden, hebben we in 2009 het “Beleidsplan Onderhoud Openbare Ruimte” (BOOR) vastgesteld. In dit BOOR beschrijven we de visie op het onderhoud van de openbare ruimte. Daarbij is bepaald dat voor het onderhoud van de openbare ruimte verschillende gebiedstypen worden onderscheiden. Differentiatie is mogelijk naar een bepaalde beeldkwaliteit van onderhoud per gebiedstype. Aansluitend is in 2012 het Kwaliteitsplan Onderhoud Openbare Ruimte (KOOR) vastgesteld. Hierin concretiseren we mogelijke keuzes voor het onderhoud van de verschillende gebieden. Zowel de visie als de nadere concretisering, in de plannen van respectievelijk tien en vier jaar, zijn na het verstrijken van hun looptijd structureel het uitgangspunt geworden van onze algehele strategie voor het beheer van onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Vanaf de vaststelling van de concretisering in 2012, is voor het kwaliteitsniveau voor het onderhoud van onze kapitaalgoederen “gemiddeld B” als  norm  vastgesteld. Dit niveau is vastgesteld na uitvoering van een nulmeting, op basis van de door CROW gehanteerde beeldkwaliteiten. Het blijvend voldoen aan dit niveau wordt gemonitord via jaarlijkse metingen van de beeldkwaliteit conform deze CROW-methodiek. Om de objectiviteit en kwaliteit te waarborgen, laten we deze metingen uitvoeren door externe, gecertificeerde, specialistische bureaus.

Inrichting, beheer en onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Inrichting, beheer en onderhoud kapitaalgoederen

We moeten het beheer en het onderhoud van de kapitaalgoederen dusdanig inrichten en uitvoeren dat het door de gemeenteraad vastgestelde kwaliteitsniveau in de praktijk wordt gerealiseerd en de openbare ruimte goed in stand wordt gehouden. Hiervoor onderscheiden we de volgende werkzaamheden: 

 

  • Dagelijks onderhoud: Alle maatregelen die regelmatig, vaak meerdere keren per jaar, worden genomen. Voorbeelden zijn maaien en vegen. Het repareren van schades en het reageren op meldingen hoort ook bij het dagelijks onderhoud. Dagelijks onderhoud wordt vooral uitgevoerd door de eigen dienst, medewerkers van gemeenschappelijke regeling Ergon en aannemers op basis van afspraken, contracten en bestekken.
  • Groot onderhoud: Grotere maatregelen die eens per x jaar worden genomen. Bijvoorbeeld een nieuwe deklaag op een asfaltweg, het planmatig snoeien van bomen of het repareren en/of renoveren van riolering.  Groot onderhoud pakken we projectmatig/integraal op.
  • Vervanging: Vernieuwen van een kapitaalgoed aan het eind van de levensduur, waarbij de hele constructie en materiaal worden vernieuwd. Voorbeelden zijn: de riolering vervangen,  een weg herstraten met nieuwe klinkers, een bank vervangen of een groenvak opnieuw aanplanten. Bij vervanging blijft de inrichting hetzelfde. We voeren vervanging projectmatig uit en we vragen per project middelen aan.
  • Beheer: Alle ondersteunende werkzaamheden om de verschillende onderhoudswerkzaamheden te kunnen uitvoeren, zoals het opstellen van beleidsplannen, gegevensbeheer, financiële planning enzovoorts. Het opnieuw inrichten voor nieuwe functies en doelstellingen maakt geen onderdeel uit van “het in stand houden van de openbare ruimte”. Hiervoor zetten we andere vormen van kapitaal in dan bij het beheer en onderhoud.

Natuurlijk zijn de vormen van onderhoud communicerende vaten. Het achterwege blijven van een vervanging (of herinrichting) zet een sterke druk op het dagelijks onderhoud. De versleten openbare ruimte moet we dan met kleine maatregelen veilig en acceptabel houden. 

Beheersysteem als basis

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Beheersysteem als basis

Actuele informatie over de omvang en de kwaliteit van deze kapitaalgoederen is essentieel voor het beheer en onderhoud. Deze informatie hebben we vastgelegd in het beheersysteem Geovisia. Alle kenmerken van de kapitaalgoederen en de overige objecten hebben we hierin geregistreerd. Voor verschillende objecten hebben we de kwaliteit geregistreerd op basis van een objectief landelijk genormeerde methodiek. Deze kwaliteit wordt vastgesteld door middel van inspecties.  
Op basis van nauwkeurige areaalgegevens, actuele inspectiecijfers, de juiste richtlijnen voor rekensystematiek (NEN-normen en CROW) en de juiste kengetallen kunnen we een theoretische planning en begroting genereren voor onderhoud en vervanging van een kapitaalgoed. Omdat er mogelijk legitieme redenen zijn om het onderhoud op een ander moment of anders uit te voeren, ondergaat de theoretische planning een maatregeltoets. Daarbij kijken we vooral naar:
•    Noodzakelijk onderhoud andere kapitaalgoederen (riolering is leidend bij integrale planning); 
•    Afdeling overstijgende integrale projecten; 
•    Nieuwbouwprojecten zoals Lage Heide; 
•    Planning van werkzaamheden aan kabels en leidingen door nutsbedrijven; 
•    Klachten en meldingen; 
•    Beschikbare financiële middelen. 

Op basis van deze maatregeltoets stellen we jaarlijks een integraal onderhoudsplan op, met een doorkijk van vier jaar. Dit onderhoudsplan wordt door het college vastgesteld. Vanwege de raakvlakken met bovenvermelde onderwerpen spreken we van een flexibele onderhoudsplanning waarin, indien nodig, ieder jaar een prioritering plaatsvindt. Wij zoeken hierbij continu naar een optimale balans tussen beeldkwaliteit, veiligheid, kostenbesparing en efficiency. 

De 5 richtlijnen voor het beheer van de kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - De 5 richtlijnen voor het beheer van de kapitaalgoederen

1. De gemeente als regisseur: Hoe de openbare ruimte eruit komt te zien wordt niet alleen bepaald door de gemeente. Diverse “partijen” spelen hierbij een rol. Op de eerste plaats natuurlijk de inwoners maar ook marktpartijen als horeca, winkeliers, industrie en nutsbedrijven of partijen uit het maatschappelijk veld. Iedereen probeert zijn of haar belangen zoveel mogelijk in te brengen. Het is onze taak om hierin de regie te nemen en te houden. We hebben dus de regisserende rol bij de inrichting, het onderhoud en beheer van de openbare ruimte.


2. Kwaliteit gestuurd beheer: We werken met beeldkwaliteiten en schouwen, het ontwikkelen en opstellen van beeldbestekken, formulieren, rapportagemodellen en ten slotte het “vertalen” van het gekozen kwaliteitsniveau in de verschillende beheerprogramma’s. Via regelmatige inspecties controleren we of het gekozen kwaliteitsniveau ook daadwerkelijk wordt gehaald. Het beheer wordt dus op basis van beeldkwaliteiten gestuurd.


3.Integraal beheer: Het onderhoud aan onze kapitaalgoederen voeren we integraal uit. De riolering is hierbij leidend. Concreet betekent dit dat we bij het vervangen van de riolering ook de rijbaan, het trottoir en de groenvoorzieningen vervangen als dit noodzakelijk is. Ook stemmen we af met de werkzaamheden van nutsbedrijven en wordt intern afgestemd met niet onderhoud gerelateerde projecten.


 4.Risico gestuurd beheer: De toepassing van het risico gestuurd beheer zorgt ervoor dat we constant afwegingen moeten maken. Is de eerder voorgestelde maatregel echt nodig op dat moment en zijn er ergens anders geen nieuwe, urgentere situaties ontstaan? Door deze constante (her)prioritering zetten we de beschikbare middelen in waar ze het meest effectief zijn. Hogere risiconiveaus kunnen we daardoor verlagen.


 5.Bewonersgericht beheer: Niet alleen bij de inrichting maar ook bij het onderhoud van de openbare ruimte zijn verschillende partijen betrokken. Deze partijen leveren op verschillende manieren een inbreng. Onze integrale onderhoudsplannen leggen we dus voor aan de burgers, wijkraden en/of wijkcommissies om vervolgens het onderhoud per woonwijk uit te voeren.
Tijdens de uitvoering worden bewoners door zowel de gemeente als de wijkcommissie (omgevingsmanagement) actief benaderd met informatie. Vragen of klachten bespreken we zoveel mogelijk in een persoonlijk gesprek.

 

 

Riolering en water

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en water

Het beleidskader
Op basis van de Waterwet heeft de gemeente drie zorgplichten:
•    Inzamelen van stedelijk afvalwater en transporteren naar de rioolwaterzuivering.
•    Doelmatig inzamelen en verwerking van afvloeiend hemelwater van openbaar terrein.
•    Het doelmatig voorkomen van nadelige gevolgen van grondwaterstanden.

Om te voldoen aan deze zorgplicht is in november 2022 het nieuwe GRP (2023-2027) vastgesteld door de raad. Met het GRP willen we op gestructureerde wijze zorgen voor de aanleg, het beheer, het onderhoud en de verbetering van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Voor het GRP hebben we de voorziening “riolering” gevormd. De lasten en baten worden rechtstreeks in de exploitatie verantwoord en het jaarlijkse resultaat hiervan wordt gestort of onttrokken uit de gevormde voorziening riolering. De nadruk van dit GRP ligt op klimaatadaptatie en bewustwording hiervan.


Het beheer
Om de beleidsdoelstellingen voor het jaarlijks onderhoud te realiseren, voeren we onder meer de volgende maatregelen uit:
•    Twee keer per jaar reinigen van alle kolken en lijngoten;
•    Jaarlijks 10 procent van het vrij vervalstelsel reinigen en inspecteren;
•    Jaarlijks noodzakelijke reparaties uitvoeren op basis van de hierboven genoemde inspectie;
•    Eén keer per jaar alle gemalen en bergbezinkvoorzieningen onderhouden;
•    Eén keer per jaar alle gemalen en bergbezinkvoorzieningen reinigen;
•    Eén keer per jaar alle drukrioolgemalen reinigen en onderhouden;
•    Jaarlijks opschonen van watergangen;
•    Het onderhouden en vervangen van huisaansluitingen;
•    Verhelpen van klachten, meldingen en storingen;
•    Structurele vervanging of verlenging van de levensduur door renovatie van het riool bij einde of beperkte (rest)levensduur;
•    Het innen van rioolheffing.

Actuele ontwikkelingen
Afgelopen jaar is het noordelijk deel van de Eindhovenseweg inclusief het laatste stukje van de Eindhovenseweg richting De Kleine Meer, het laatste deel van de Dommelseweg en een deel van de Luikerweg vernieuwd waarbij ook het regenwater van de openbare ruimte is afgekoppeld van de gemengde riolering. Hiermee is de Blauwe Ader Noord gereed. 

Voor het buitengebied wordt landelijk / Brabantbreed in samenwerking met de Waterschappen een toekomstvisie opgesteld voor inzameling van het afvalwater. In dit kader is het formeel beëindigde contract voor beheer en onderhoud van de IBA's tijdelijk verlengd.

Voor het onderdeel bewustwording bij burgers hebben we in 2023 een nieuwe afkoppelsubsidieregeling vastgesteld. Dit is een stimuleringsregeling om bewoners mee te laten helpen bij de aanpak van wateroverlast en droogte. Bewoners kunnen van de gemeente een financiële bijdrage ontvangen wanneer zij regenwater afkoppelen van de riolering en dit op eigen terrein vasthouden en laten infiltreren. In 2025 is in totaal 1.176,80 m2 dakoppervlak afgekoppeld. Het grootste deel hiervan betreft de afkoppeling van de Herenboerderij aan de Waalreseweg 189, met een oppervlakte van 885 m2. Twee huishoudens hebben gebruikgemaakt van de subsidieregeling en drie huishoudens zijn ontzorgd door de afkoppelcoaches. Daarnaast zijn er momenteel nog twee aanvragen in behandeling en is een aanvraag afgekeurd. Bewoners kunnen ook vrijblijvend een adviesgesprek aan huis aanvragen bij de afkoppelcoaches; in 2025 hebben 44 inwoners hiervan gebruikgemaakt.

Qua afgekoppeld dakoppervlak zijn goede resultaten behaald. Het aantal deelnemende huishoudens blijft echter achter bij de verwachting, ondanks de communicatie-inspanningen. De belangrijkste reden lijkt te zijn dat bewoners nog terughoudend zijn vanwege de grote hoeveelheid regenwater die in hun eigen tuin wordt opgevangen en verwerkt gezien de natte jaren die we recent hebben gehad.

Kwalitatieve indicatoren
Voorziening Hoeveelheid Eenheid
Vrijverval riool gemengd 153,5 Km
Vrijverval riool regenwater 28,5 Km
Vrijverval riool vuilwater 21,9 Km
Totale lengte vrijverval riool 203,9 Km
Rioolgemalen 13 Stuks
Persleidingen (exclusief drukriool) 3,8 Km
Minigemalen (drukrioolstelsel) 159 Stuks
Persleidingen (drukriolering) 37,8 Km
Lozingspunten vanuit extern gemengde riool overstorten 13 Stuks
Bergbezinkvoorzieningen 6 Stuks
Lozingspunten vanuit hemelwaterriolering 51 Stuks
IBA's 7 Stuks
Drainage 0,5 Km
8.1

Financiële resultaten 2025:
Eventuele afwijkingen op de exploitatiekosten zijn verantwoord in programma 2.

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Kosten riolen en bbb's 2.546.170 2.428.067 118.103
Kosten huisaansluitingen 59.998 16.509 43.489
Kosten beleid riolering 55.000 31.323 23.677
Wateroplossingen en bermsloten 74.839 65.040 9.799
Inkomsten huisaansluiting -59.400 -15.931 -43.469
Inkomsten rioolrechten -3.636.900 -3.644.775 7.875
Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Kredieten
Vervanging riolering 2025 3.558.555 2.115.258 1.443.297
Verbeteren riolering 2025 392.379 209.269 183.110
Omschrijving Beginstand Storting/onttrekking Eindstand
Voorziening riolering 2.251.069 440.725 1.810.344
8.2

Wegen en bruggen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen en bruggen

Het beleidskader

De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van openbare wegen en civiele kunstwerken. Uitgangspunt is dat deze openbare verhardingen en civiele kunstwerken tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten worden onderhouden. Een achterstand bij het onderhoud kan de veiligheid van weggebruikers in gevaar brengen, leiden tot klachten, leiden tot ongevallen en het aansprakelijk stellen van de gemeente. Leidraad voor het onderhoud aan wegen en civiele kunstwerken is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het CROW (nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte).

Het beheer

Voor het beheer van wegen en civiele kunstwerken is het Beheerplan Wegen en Civiele kunstwerken 2026-2035 vastgesteld. Met dit plan willen we inzicht geven in de huidige staat van onze wegen en civiele kunstwerken en in de manier waarop we het beheer en onderhoud hiervan vormgeven. Daarbij kijken we vooruit naar de invulling van het beheer voor de komende begrotingsperiode, met een doorkijk naar de lange termijn (tien jaar). Dit beheerplan wordt iedere vijf jaar geactualiseerd.

Bij de beheermaatregelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het tweejaarlijks uitvoeren van een inspectie en het bijhouden van de data in Geovisia. Op basis hiervan stellen we onderhoudsplannen op en stemmen we af met andere beheerdisciplines en projecten.

Voor de instandhouding van wegen en civiele kunstwerken is de voorziening ‘groot onderhoud wegen/bruggen’ ingericht. De storting in deze voorziening is afgestemd op verschillende beheerplannen en onderhoudsplannen voor het onderhoud van onze wegen en civieltechnische kunstwerken.

Het dagelijks onderhoud aan onze wegen, bruggen en civieltechnische kunstwerken voeren we uit op basis van de klachten/meldingen die via de Binnenbeterapp bij de gemeente binnenkomen. Deze ingekomen klachten worden, samen met de bij de inspecties geconstateerde kleine gebreken, op basis van prioritering verholpen. Het onderdeel gladheidbestrijding voeren we ten slotte uit op basis van een door het college vastgesteld gladheidsbestrijdingsplan.

Actuele ontwikkelingen

Elke twee jaar beoordelen we het onderhoudsniveau van alle verhardingen met een inspectie op basis van landelijke richtlijnen/normen. In het voorjaar van 2025 hebben we het totale wegen-areaal visueel geïnspecteerd. Op basis daarvan wordt het meerjaren onderhoudsprogramma elementenverharding 2026-2030 opgesteld.

Naast de visuele inspectie is in 2013 een grootschalig constructief onderzoek uitgevoerd aan onze doorgaande asfaltwegen om de levensduur en het onderhoudsniveau voor de middellange termijn te bepalen. In 2022 is een nieuw onderzoek uitgevoerd, met name voor de buitenwegen, welke als input dient voor een onderhoudsprogramma asfaltwegen vanaf 2026.

Elke vijf jaar beoordelen we het onderhoudsniveau van alle civiele kunstwerken op basis van landelijke normen/richtlijnen. De civieltechnische kunstwerken bestaan uit: bruggen, duikers, geluidschermen, grondkeringen en kano-aanlegsteigers. Deze kunstwerken  zijn in 2023 geïnspecteerd en opgenomen in een meerjarenplanning. Op basis van dit bestand plannen we de benodigde onderhoudswerkzaamheden en krijgen we inzicht in de geplande renovaties.  

Het afgelopen jaar heeft de gemeente diverse onderhouds- en herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan bruggen, geluidsschermen en overige kunstwerken in de openbare ruimte.

Zo zijn bij de Laagveldbrug de dekplanken vervangen en zijn de langsliggers geconserveerd. In de Kaatse Bossen (Lage Heide) is een dekplank vervangen en is de volledige slijtlaag hersteld. Bij het Christoffelpad – Harriebrugske is eveneens een dekplank vervangen en is op drie locaties de slijtlaag vernieuwd vanwege schade.

Daarnaast heeft de gemeente aan de Zuidelijke Randweg–Heistraat (Dragonder, Valkenswaard) één glazen geluidsscherm vervangen. Aan de Damianusdreef zijn bij drie geluidsschermen aanvullende veiligheidsmaatregelen getroffen. Komend jaar wordt onderzocht hoe deze drie geluidsschermen volledig vervangen kunnen worden.

Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Uit het beheersysteem GBI blijkt dat de gemeente Valkenswaard in totaal ca. 2.100.000 m2 verhardingen in beheer heeft en dat deze voldoen aan de in het KOOR gestelde kwaliteitsniveaus.

De financiële consequenties voor wegen worden via voorziening wegen en losse kredieten in de begroting opgenomen. 

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Kosten wegen, straten en pleinen 3.006.926 2.535.196 471.730
Kosten bruggen 38.549 14.552 23.997
Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Kredieten
Ren. antonuis, kemp. Haags Fase 1 en 2 weg 1.893.088 35.789 1.857.299
Werkzaamheden Zuidelijke Randweg 215.000 0 215.000
Herinrichting Prinses Irene Brigida plein 496.000 0 496.000
Grootschalig herstel asfaltlagen diverse wegen 2.480.456 26.432 2.454.024
Omschrijving Beginstand Storting/onttrekking Eindstand
Voorziening wegen 916.890 37.877 954.767
8.3

Groen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Groen

Het beleidskader

De gemeente streeft ernaar om een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving te ontwikkelen die aansluit bij de koers zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie 1.0. Daarbij willen we niet alleen bijdragen aan natuur en milieu, maar ook een aantrekkelijke, leefbare en toekomstbestendige woongemeente blijven. De visie benadrukt dat alle ontwikkelingen plaatsvinden binnen een duurzaam en circulair kader en dat de fysieke leefomgeving in evenwicht moet zijn met mens, plant en dier.

Ons waardevolle groen speelt hierin een belangrijke rol. We zetten in op het versterken van biodiversiteit, het verbeteren van de groenstructuur en het creëren van een woonklimaat dat ruimte, rust en diversiteit biedt. Groen moet niet alleen beschermd worden, maar ook bijdragen aan klimaatadaptie, gezondheid en recreatie. De groene kwaliteiten willen we actief benutten om bewoners en bezoekers te laten genieten van natuur en landschap.

Het Groenstructuurplan blijft daarbij een essentieel toetsingskader voor het behouden en versterken van bestaande groenelementen, en voor het zorgvuldig inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze lijn sluit aan bij de Omgevingsvisie, waarin transformatie van bestaande bebouwing en inbreiding centraal staan, met onderzoeken naar locaties voor verantwoorde uitbreiding.

Voor het beheer van de ruim 960 hectare bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen blijven we sturen op de ontwikkelrichting uit het Integraal Ontwikkelingsplan Bos- en Natuurterreinen. Daarbij voegen we de nieuwe ambities uit de Omgevingsvisie toe: het streven naar een klimaatbestendige, duurzame en energieneutrale omgeving, en het uitwerken van een groennorm die goed past bij de gemeente, met de 3-30-300-regel als richtlijn.

Over de gehele linie blijft vergroening een speerpunt. We kijken naar kansrijk stedelijk gebied om de 3-30-300-regel als richtlijn toe te passen en investeren daarmee in de aanplant van nieuwe bomen en het verbeteren van het groen zowel binnen de kernen als in het buitengebied. Daarmee dragen we bij aan een toekomstbestendig landschap en aan de regionale ambitie om als gemeente te groeien binnen de ruimtelijke kaders die passen bij onze groene identiteit.


Het beheer

De kwaliteit van het gemeentelijke groen wordt binnen het kwaliteitsgestuurd werken (beleidsplan KOOR) regelmatig geïnspecteerd. We houden hierbij rekening met klimaatadaptatie, biodiversiteit en ecologische waarden, onder andere door onderhoud te verminderen waar dat mogelijk is en uitsluitend mechanische onkruidbestrijding toe te passen.

De plaagdruk van de eikenprocessierups is de afgelopen jaren sterk afgenomen, maar we blijven inzetten op natuurlijke bestrijding met aangepast groen, bloemmengsels en het ophangen van mezenkasten en speciale broedkasten. Preventieve biologische bestrijding wordt verder afgebouwd en nog alleen toegepast op locaties met mogelijke gezondheidsrisico’s.

Tegelijkertijd neemt de overlast van de Aziatische hoornaar toe. Deze soort vormt een bedreiging voor de biodiversiteit en kan gevaarlijk zijn wanneer mensen in de buurt van nesten komen. De gemeente heeft hiervoor een actievere rol van de provincie overgenomen en werkt samen met vrijwilligers aan het opsporen en monitoren van nesten, terwijl inwoners gerichter worden geïnformeerd om meldingen te stimuleren.

Een nieuw vraagstuk vormen de wilde zwijnen die steeds vaker woonwijken betreden en schade veroorzaken aan particuliere tuinen, gemeentelijke gazons en plantsoenen. Daarnaast blijft de Japanse duizendknoop een hardnekkige exoot die moeilijk te beheersen is en hoge kosten met zich meebrengt, waardoor we ons richten op beheersing in plaats van uitroeiing.

We voeren al enkele jaren ecologisch bermbeheer uit en vervangen overtollige verharding gefaseerd door robuust groen dat biodiversiteit en klimaatadaptatie ondersteunt en tegelijk goed te beheren is. Deze vergroening verloopt stapsgewijs, omdat de beschikbare onderhoudscapaciteit beperkt is terwijl het groenareaal blijft groeien.


Actuele ontwikkelingen 

We actualiseren het groenbeleid zodat dit beter aansluit bij de Omgevingsvisie en bij nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied. Daarbij werken we toe naar concretere en uitvoerbare beleidskaders, waaronder een realistischer toepassing van de herplantplicht. Door de toenemende ruimtedruk voor functies als wonen, werken, recreatie, energienetwerken, natuur, landbouw en water is herplant op dezelfde locatie steeds moeilijker. Daarom accepteren we voortaan ook vormen van compensatie zoals gevelgroen, groene daken en andere natuurinclusieve maatregelen. Bij nieuwbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen die kansen bieden voor meer groen wordt vergroening nadrukkelijk als voorwaarde in vergunningen opgenomen.

Daarnaast versterken we het beleid rondom boombescherming bij bouwactiviteiten. We vragen bij ontwikkelingen om boom-effectanalyses of boombeschermingsplannen, zodat schade aan waardevol groen wordt voorkomen en de kwaliteit van bomen structureel beter wordt geborgd.

De bestaande beleidsregels worden verder in lijn gebracht met de Omgevingswet. Daarbij betrekken we groene organisaties om maatregelen voor klimaatadaptatie en biodiversiteitsverhoging verder uit te werken, en om ervoor te zorgen dat monumentale en andere waardevolle bomen of landschapselementen beter beschermd blijven.

We blijven inzetten op het stimuleren van biodiversiteit met ecologisch bermbeheer, bloembollen, minder verharding en initiatieven zoals tegelwippen en het adopteren van boomspiegels. In samenwerking met wijkcommissies, Woningbelang, Wood4Wood van MCB en het IVN voeren we kleinschalige projecten uit om inwoners te betrekken bij vergroening en klimaatadaptatie.

Kwalitatieve indicatoren
Voorziening Hoeveelheid Eenheid
Bomen 29.836 Stuks
Natuurlijke beplanting 669.938 M2
Cultuurlijke beplanting 315.056 M2
Hagen 29.686 M2
Gras 1.227.292 M2
8.4

Financiële resultaten 2025:

Eventuele afwijkingen op de exploitatiekomsten zijn verantwoord in programma 2.

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Kosten groen algemeen 2.083.992 2.015.644 68.348
Kosten groenafval 124.605 162.533 -37.928
Kosten groenbeleid 19.899 12.419 7.480
kosten middelen vergroening binnen de bebouwde kom 50.000 17.070 32.930
Kosten bomen, gras en beplanting 306.066 326.541 -20.475
8.5

Gebouwen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Gebouwen

Beleidskader

Eind 2023 is de bestuursopdracht 2024-2028 vastgesteld met als doel om meer grip op vastgoed te krijgen middels het formuleren van een integrale vastgoedstrategie, het onderhoud van de vastgoedportefeuille meerjarig te borgen en ter voorkoming dat er voor het vastgoedbezit extra beroep zal moeten worden gedaan op de algemene middelen. Om het beoogde effect te halen zijn er hiervoor in 2024 meerde acties afgerond. Het meerjarenonderhoudsplan 2024 t/m 2043 voor het gemeentelijk vastgoed en de integrale vastgoedstrategie zijn in 2024 door de Raad vastgesteld.  In 2025 is de eerste jaarlijkse voortgangsrapportage vastgoed (als onderdeel van de integrale vastgoedstrategie), het accommodatieplan en huurbeleid vastgoed inclusief kostensystematiek opgesteld.

Portefeuilleoverzicht

De gemeente Valkenswaard beschikt over een grote en diverse vastgoedportefeuille. Het in eigendom hebben van dit vastgoed is voor een gemeente geen doel op zichzelf. Het vastgoed faciliteert in het kunnen uitvoeren van wettelijke taken, beleidsdoelstellingen en andere maatschappelijke functies.

De gemeente Valkenswaard kent in totaal 76 vastgoedobjecten met een totale omvang van circa 66.000m2 bruto vloeroppervlakte (bvo). Vanuit de wetgeving is er sprake van gedeeld eigendom tussen schoolbesturen (juridisch eigenaar) en de gemeente (economisch eigenaar/claimrecht). Wanneer het onderwijsvastgoed er buiten gelaten wordt betreft het 61 gebouwen en circa 46.500m2 bvo. Onderstaande grafiek geeft een uitsplitsing van de vastgoedportefeuille naar gebruiksdoel.

Kwalitatieve indicatoren
Voorziening Hoeveelheid Eenheid
Binnensport 11 10.863
Buitensport/Recreatie 26 9.458
Cultuur 1 7.000
Buurt-/wijkcentra 6 1.629
Huisvesting gemeente 3 11.776
Brandweer 1 1.028
Overig vastgoed 10 4.375
Woningen 3 372
Primair Onderwijs (PO) 15 19.350
Totaal incl. PO 76 65.851
Totaal excl. PO 61 46.501
8.6

Financiële resultaten 2025:
Eventuele afwijkingen op de exploitatiekosten zijn verantwoord in programma 2.

Omschrijving Beginstand Storting Uitgaves Eindstand
Voorziening onderhoud vastgoed 5.979.051 1.208.330 787.637 6.399.744
8.7

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Het beleidskader

De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de openbare verlichting langs de openbare wegen. Hiervoor is het “beheerbeleidsplan OVL 2013 2022” vastgesteld, inclusief de hierop aansluitende beheer- en uitvoeringsplannen. Belangrijk uitgangspunt is dat de openbare verlichting naast de verkeersveiligheid ook de sociale veiligheid vergroot. Tegelijkertijd willen we dat de openbare verlichting energiezuinig en niet lichtvervuilend is en dat deze een zo laag mogelijke belasting geeft voor de flora, fauna en de omgeving. Voor de afweging om wel of niet te verlichten worden de determineertabellen uit de richtlijn NPR 13201 gehanteerd. Uitgangspunt is: “Niet verlichten, tenzij…”.

In 2025 is het beheerbeleidsplan voor openbare verlichting geactualiseerd.

 Het beheer

We hebben de beschikking over een beheerprogramma, waarin de actuele gegevens van onze openbare verlichting zijn opgenomen. De vervanging van de openbare verlichting vindt plaats via investeringsprojecten. Afgeschreven conventionele verlichting wordt vervangen door LED-verlichting. De lasten en baten worden rechtstreeks in de exploitatie verantwoord.

Begin 2023 is het gecombineerd onderhouds- en vervangingsbestek aanbesteed voor de komende vier jaren. De aannemer draagt, naast het direct acteren op ontvangen storingen, ook zorg voor de juiste mutatiegegevens, klein- en grootschalige vervangingen en het dagelijks onderhoud waarbij wij als opdrachtgever de algehele regie voeren.

 

Actuele ontwikkelingen openbare verlichting

1. Lopende projecten (opdracht eind 2025)

Eind 2025 is opdracht gegeven voor de vervanging van de verlichting in het centrumgebied. Onderdeel hiervan is de implementatie van een telemanagementsysteem waarmee de openbare verlichting op afstand beheerd en gemonitord kan worden.

2. Vervanging verlichting op twee fietspaden

Daarnaast is opdracht verstrekt voor de vernieuwing van de verlichting op twee fietspaden:

  • De Voort
  • Het Christoffelpad

Deze paden worden voorzien van nieuwe LED-verlichting met dimmogelijkheden. ’s Nachts schakelt de verlichting automatisch over naar amberkleurig licht, ter beperking van lichtvervuiling en ter bescherming van de natuur.

3. Vervanging masten en armaturen binnen Valkenswaard

Op diverse locaties binnen de gemeente Valkenswaard worden in totaal:

•             73 lichtmasten vervangen

•             232 armaturen vernieuwd

4. Planning

De bovengenoemde werkzaamheden zijn eind 2025 gestart en worden naar verwachting in maart 2026 afgerond.

5. Vooruitblik 2026 en verder

In 2026 zetten we dit proces voort naast de reguliere onderhoudswerkzaamheden en incidentele vervangingen. Het streven is om in 2035 binnen de gehele gemeente 100% LED-verlichting gerealiseerd te hebben.

 

Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren

Wij beschikken momenteel over 7.368 lichtmasten en 7.636 armaturen (inclusief grondspots).

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Kosten openbare verlichting 609.573 601.963 7.610
Kosten schade openbare verlichting 10.100 88.960 -78.860
Kosten straatmeubilair 71.462 44.738 26.724
inkomsten schade openbare verlichting 10.000 94.175 -84.175
8.8

VRI

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - VRI

Het beleidskader
Eén van de kerntaken van de gemeente Valkenswaard is de zorg voor een goed functionerend wegennet. Verkeersregelinstallaties (VRI’s) zijn daar een onderdeel van en hebben een belangrijke functie voor het realiseren van de beleidsdoelen. Deze beleidsdoelen gaan over belangrijke maatschappelijke thema’s als mobiliteit, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Voor VRI’s is het Beheerbeleidsplan verkeersregelingen 2013-2022 vastgesteld.
In Valkenswaard staan momenteel dertien VRI’s, die eigendom zijn van de gemeente. Door slecht afgeregelde regelapparatuur, uitval of andere storingen kunnen gevaarlijke situaties ontstaan. Een adequaat VRI-beheer, waarbij storingen snel worden opgelost en versleten en slecht functionerende onderdelen (preventief) worden vervangen, is noodzakelijk. Zo kunnen we de kans op storingen verkleinen en de levensduur van de installatie verlengen.


Het beheer
Het technische beheer vraagt om een duidelijke beheerstrategie en bijbehorende financiële middelen. Alle installaties worden jaarlijks onderworpen aan een inspectie. Op basis van de resultaten daarvan actualiseren we het onderhoudsprogramma voor een periode van vier jaar. Voor de instandhouding van verkeersregelinstallaties hebben we geen voorziening ingericht maar worden de lasten en baten rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. Voor grootschalig onderhoud en vernieuwingen richten we investeringsprojecten in.
Naast het technische beheer is het functionele beheer van de installaties belangrijk. Het zogenaamde verkeersbeheer beoordeelt onder meer aan de hand van kruispuntanalyses en binnengekomen wensen en klachten of we de verkeersregelprogramma’s in de verkeersregelautomaten (VRA’s) moeten aanpassen. VRI’s zijn ook een belangrijk verkeerskundig sturingsinstrument om verkeerstromen te beïnvloeden. Ook dit aspect maakt het noodzakelijk om actueel verkeersmanagement te voeren.


Actuele ontwikkelingen
De dertien VRI’s functioneren momenteel naar behoren. In 2024 is het traject gestart om de regelkasten van 6 vri's te vervangen door iVRI’s. Deze aanpassingen zullen een dynamisch verkeersmanagement mogelijk maken wat de doorstroming zal bevorderen. Voor deze aanpassingen is een rijkssubsidie aangevraagd en nog in behandeling bij het ministerie. De eerste 3 iVRI's zullen naar verwachting in het voorjaar van 2026 operationeel zijn.


Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren
Het aantal storingen en meldingen is een goede indicatie van de technische staat van een VRI. In combinatie met informatie uit het jaarlijks preventief onderhoud actualiseren we de planning voortdurend waar dat nodig is.

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Kosten verkeersregelinstallatie 104.412 105.310 -898
Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Kredieten
Verkeersregelinstallatie 2025 175.000 52.110 122.890
8.9

Speelvoorzieningen

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Speelvoorzieningen

Het beleidskader
In 2015 is het beheerbeleid voor speelvoorzieningen vastgesteld. Daarin is opgenomen dat we het aantal speelplekken verminderen, de speelplekken aanpassen aan de situatie in de wijk en waar mogelijk de kwaliteit van de overblijvende locaties verbeteren. Bij aanpassingen kijken we ook nadrukkelijk naar de toegankelijkheid conform ‘Agenda 22’, waarbij het uitgangspunt is dat (speel)voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn.

Voor het beheer en onderhoud van de speelplekken is daarnaast het ‘Besluit veiligheid van attractie- en speeltoestellen’ van belang. Hierin zijn de wettelijke verplichtingen opgenomen waaraan speeltoestellen moeten voldoen.

Het beheer
Vanuit het beheerprogramma speelvoorzieningen is een meerjarenplanning opgesteld voor groot onderhoud en vervanging. De concrete onderhoudsplannen worden gebaseerd op de jaarlijks wettelijk verplichte veiligheidsinspecties en de technische staat van de speelvoorzieningen. De kosten voor het onderhoud worden rechtstreeks in de exploitatie verantwoord. De vervanging van speelvoorzieningen wordt gedekt vanuit de bestemmingsreserve speeltoestellen.

 Actuele ontwikkelingen
In 2025 zijn we gestart met het opstellen van een nieuw beleidsplan voor spelen en bewegen in de openbare ruimte, met daaraan gekoppeld een uitvoeringsplan om de openbare ruimte in Valkenswaard speel- en beweegvriendelijker te maken.

Met de realisatie van de pumptrack, de natuurspeeltuin Dukaathof en de renovatie van verschillende speelplekken, zoals aan de Warande, Geervalk en Oude School, is de gemeente Valkenswaard al begonnen met deze opgave.

 Kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren
Wij verzorgen momenteel het beheer, onderhoud en de vervanging van 73 speelplekken. In totaal staan er 443 openbare speel- en beweegtoestellen in onze gemeente.

Kwalitatieve indicatoren
Voorziening Hoeveelheid Eenheid
Speelplekken 73 Stuks
Speeltoestellen 443 Stuks
Valondergronden 8.900 M2
8.10

Financiële resultaten 2025:
Eventuele afwijkingen op de exploitatiekosten zijn verantwoord in programma 2.

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Speelvoorziening 89.949 92.995 -3.046
Omschrijving Beginstand Storting kosten Eindstand
Reserve speelvoorziening 253.640 95.350 56.101 292.889
8.11

Buitensportvoorziening

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Buitensportvoorziening

Het beleidskader
De beleidsvisie ‘Valkenswaard beweegt naar de Toekomst’ en de geldende normen van NOC*NSF en de sportbonden vormen het gemeentelijk beleidskader voor de buitensportvoorzieningen. Met dit beleid zorgen we ervoor dat de accommodaties voldoen aan de maatschappelijke basisnormen voor de (breedte)sport.

Het beheer
Het Meerjareninvesteringsplan buitensportaccommodaties (MIP) geeft inzicht in de omvang, het kwaliteitsniveau en de theoretische levensduur van onze buitensportvoorzieningen. Het kwaliteitsniveau wordt jaarlijks gecontroleerd en waar nodig bijgesteld in het MIP.

Op basis van deze gegevens blijkt dat over een periode van dertig jaar gemiddeld € 550.000 per jaar nodig is om het toekomstig gebruik van deze voorzieningen te kunnen garanderen. Jaarlijks geven we via de Nota Kaders aan welke buitensportvoorzieningen in het betreffende begrotingsjaar worden vervangen.

Het Meerjarenonderhoudsplan buitensportaccommodaties (MJOP) biedt inzicht in de middelen die jaarlijks nodig zijn om via regulier en dagelijks onderhoud het vereiste kwaliteitsniveau te behouden. Wanneer dit onderhoud niet of in mindere mate wordt uitgevoerd, bestaat het risico dat de theoretische levensduur van de buitensportaccommodaties en sportvelden niet wordt gehaald en dat klachten van gebruikers toenemen.

Actuele ontwikkelingen
In 2025 is het beachveld gerealiseerd, is het kunstgrasveld van De Valk gerenoveerd, is glasvezel aangelegd op sportpark Den Dries, is de veldverlichting van VVH vervangen en is veldverlichting aangelegd op veld 4 en 5 bij SV Valkenswaard.

Daarnaast zijn voorbereidingen getroffen voor de renovatie van de kunstgrasvelden van RKVV Dommelen en SV Valkenswaard in 2026 en voor de aanleg van een extra kunstgrasveld bij SV Valkenswaard.

Verder zijn gesprekken gevoerd met Enexis over diverse werkzaamheden op sportpark Den Dries en het Valkterrein, gericht op de verzwaring van het elektriciteitsnet.

Kwalitatieve indicatoren
Voorziening Hoeveelheid Eenheid
Buitensportvoorziening 70 Stuks
Verschillende sporten 23 Stuks
Aantal verenigingen 28 Stuks
8.12

Financiële resultaten 2025:
Eventuele afwijkingen op de exploitatiekosten zijn verantwoord in programma 2.

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Kredieten
Buitensportvoorziening 768.517 762.053 6.464
8.13

Tractie

Terug naar navigatie - Onderhoud kapitaalgoederen - Tractie

Het beleidskader 
In het KOOR (Kwaliteit Onderhoud Openbare Ruimte) is vastgelegd dat het onderhoud van onze kapitaalgoederen op kwaliteitsniveau “gemiddeld B” moet worden uitgevoerd. Daarnaast gelden diverse wetten en regelingen, zoals de Wegenverkeerswet, het Attractiebesluit en eisen van sportbonden, waarin bepalingen zijn opgenomen over het onderhoud van kapitaalgoederen.

In het kader van het project “Beheer op orde” is een professionele beheerorganisatie ingericht, die voor de uitvoering van haar werkzaamheden moet kunnen beschikken over bedrijfsvoertuigen en machines.

Het beheer 
Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen en machines wordt deels uitgevoerd door eigen personeel in onze garage. Jaarlijks moeten voertuigen en machines ook worden vervangen. Hiervoor is de bestemmingsreserve “Tractie Ruimtelijk Beheer” ingesteld. Naast de voertuigen en machines van het team B&U zijn hierin ook de voertuigen van bodes en BOA’s opgenomen. Het college stelt jaarlijks het benodigde vervangingsbudget beschikbaar vanuit deze reserve.

Het Tractiebeheerplan vormt de kern van onze strategische benadering voor de instandhouding en verduurzaming van het tractiebestand.

 Actuele ontwikkelingen 
In 2025 is één nieuwe tractor aanbesteed. Door de lange levertijd is deze echter niet in 2025 geleverd. Daarnaast is onderzocht welke elektrische bakwagens op de markt beschikbaar zijn. In het vierde kwartaal van 2025 zijn diverse nieuwe modellen geïntroduceerd, wat aanleiding gaf om de aanschaf van een nieuwe bakwagen, die op de vervangingslijst stond, uit te stellen. Aangezien in 2026 ook een bakwagen aan vervanging toe is, worden beide voertuigen gezamenlijk aanbesteed.

Het tractiebestand is afgestemd op de nieuwe beheerorganisatie. Waar mogelijk elektrificeren we voertuigen en machines, waarmee de gemeente een voorbeeldfunctie nastreeft.

Kwalitatieve indicatoren
Voorziening Hoeveelheid Eenheid
Bestel/bakwagens 21 Stuks
Vrachtwagens 1 Stuks
Veegwagens 2 Stuks
Overig rijdend materieel 14 Stuks
Werktuigen 42 Stuks
Gladheidbestrijdingsmachines 19 Stuks
Overige tractie gereedschappen 18 Stuks
8.14

Financiële resultaten 2025:
Eventuele afwijkingen op de exploitatiekosten zijn verantwoord in programma 2.

Omschrijving Begroot Werkelijk Restant
Exploitatie
Tractie/vervoersmiddelen 485.281 493.319 -8.038
Omschrijving Beginstand Storting kosten Eindstand
Reserve tractie 559.106 277.143 192 836.057
8.15

Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

Het doel van deze financieringsparagraaf is de uitvoering van de treasuryfunctie in beeld te brengen. De treasuryfunctie bestaat uit de taken financiering, cashmanagement en renterisicobeheer met als doel: de organisatie te voorzien in de behoefte aan vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. De uitvoering ervan vereist beslissingen in een complexe geld- en kapitaalmarkt. Onder de functie valt ook het garanderen van geldleningen door derden.

Financieringspositie

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringspositie

Financiering binnen de gemeente Valkenswaard gaat volgens het systeem van totaalfinanciering. Dit houdt in dat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen een bepaalde investering en de aangetrokken financieringsmiddelen. Jaarlijks wordt de financieringsbehoefte bepaald. De gemeentelijke eigendommen financieren we door het eigen vermogen in de vorm van reserves en voorzieningen en door middel van langlopende geldleningen.

Tussentijdse schommelingen in de financieringspositie worden door een rekeningcourant overeenkomst en kasgeldleningen opgevangen. Bij benutting van kasgeldfaciliteiten wordt de afweging gemaakt of en wanneer omzetting in een vaste geldlening noodzakelijk is. Daarnaast wordt gekeken naar de rentepercentages en de verwachte ontwikkeling daarvan. Het streven is telkens om de gemiddelde rente zo laag als mogelijk te houden.

Renterisico

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisico

Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld, dat aan een renteherziening onderhevig is. De wetgever heeft in de wet Fido eisen gesteld aan het maximum aan renterisico dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze vinden hun uitdrukking in de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Leningen en schulden

Terug naar navigatie - Financiering - Leningen en schulden

Kortlopende schuld: de kasgeldlimiet
In de Wet Fido is een norm gesteld voor het maximum bedrag waarmee de gemeente haar investeringen met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren: de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet bedraagt maximaal 8,5% van het begrotingstotaal en is voor 2024 berekend op € 8,748 miljoen.
Met de Bank Nederlandse Gemeenten is een overeenkomst financiële dienstverlening (rekening-courant) gesloten met een kredietfaciliteit van maximaal € 5,0 miljoen.

Kasgeldlimiet (bedragen *€ 1.000) Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Begrotingstotaal 109.444 109.444 109.444 109.444
Limiet percentage 8,50% 8,50% 8,50% 8,50%
Normbedrag 9.303 9.303 9.303 9.303
Vlottende schuld 406 15.000 5.000 0
Vlottende middelen 5.892 15.035 23.017 9.970
Netto saldo -5.486 -35 -18.017 -9.970
Ruimte onder de kasgeldlimiet 14.789 9.338 27.320 19.273
Overschrijving kasgeldlimiet
9.1

De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden. Hiermee voldoen we aan de gestelde eisen. 

Langlopende schuld: de renterisiconorm
De renterisiconorm houdt in dat niet meer dan 20% van de begrotingsomvang van een jaar aan een renteherziening en herfinanciering onderhevig mag zijn. Deze norm is ingesteld om een stabiele rentelast over de komende jaren te bewerkstelligen. Op een begrotingstotaal van € 109 miljoen bedraagt de renterisiconorm 20%, wat komt neer op € 20,6 miljoen.

bedragen x € 1.000
Renterisico Realisatie 2025
Begrotingstotaal 109.444
Limiet percentage 20%
Normbedrag 21.889
Rente herziening 0
Aflossing 5.435
Renterisico 5.435
Ruimte onder de renterisiconorm 16.454
Overschrijving renterisiconorm
9.2

Met een totale aflossing van € 5.435 miljoen blijven we in 2025 ruim onder de renterisiconorm.

 

De gemeente trekt indien nodig leningen aan om te voldoen aan haar financieringsverplichtingen. In onderstaand is weergegeven hoeveel er aan aflossing in het jaar heeft plaatsgevonden en voor welk bedrag nieuwe leningen zijn aangetrokken. 

bedragen x € 1.000
Omschrijving Bedrag
Stand per 1-1-2025 58.675
Aflossing 5.435
Nieuwe lening 10.000
Stand per 31-12-2025 63.240
9.3

Overige langlopende leningen

Terug naar navigatie - Financiering - Overige langlopende leningen

Startersleningen
In 2025 zijn via Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) leningen verstrekt aan starters binnen onze gemeente. De gemeente verstrekt 25% van de afgesloten lening. Het rijk en de provincie verstrekken het resterende deel van 75% van de leningen aan deze starters.

bedragen x € 1.000
Omschrijving Bedrag
Stand per 1-1-2025 1.557
Aflossing lening (des-/investeringen) 1.049
Aflossingen 157
Stand per 31-12-2025 2.449
9.4

Leningen voor zonnepanelen (groene zone)
“De Groene Zone” is een initiatief van diverse gemeentes in de regio Zuidoost Brabant en heeft als doel om zoveel mogelijk woningen te voorzien van zonnepanelen. Het project biedt een simpele en laagdrempelige manier voor particulieren om zonnepanelen op eigen dak te realiseren.

bedragen x € 1.000
Omschrijving Bedrag
Stand per 1-1-2025 1.143
Aflossing lening (des-/investeringen) 121
Nieuwe lening 0
Stand per 31-12-2025 1.022
9.5

Renteresultaat

Terug naar navigatie - Financiering - Renteresultaat

In 2025 is er circa € 80.000 ontvangen aan rente op uitzettingen de Rijksschatkist (schatkistbankieren). Daarnaast zijn ook rentebaten ontvangen voor de uitzettingen van de Groene Zone. Daarnaast is het omslagpercentage van de rente op eigen investeringen eind 2025 herberekend. Hiermee is het percentage van de omslagrente bijgesteld van 1 % naar 0,75%. Hiermee wordt dus ook minder rente toegerekend aan de taakvelden, ten opzichte van 2024. 

Omschrijving Rekening 2025 Rekening 2024
Rente kosten
Externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.103 887
Externe rentebaten -112 -89
Directe toe te rekenen rente grondexploitatie -29 -21
Bespaarde rente 0 0
Totaal rente kosten 962 777
Aan taakvelden toe te rekenen rente 862 1.038
Totaal doorbelast 862 1.038
Rente resultaat -100 261
9.6

Deelnemingen

Terug naar navigatie - Financiering - Deelnemingen

De gemeente Valkenswaard is, net als alle aangesloten gemeenten, aandeelhouder bij de BNG Bank. Jaarlijks ontvangen we hiervoor een dividenduitkering. In 2025 bedroeg het dividend over de 12.987 aandelen € 1,41 per aandeel. In totaliteit is er € 18.000 ontvangen aan dividend.

Kredietrisico

Terug naar navigatie - Financiering - Kredietrisico

De gemeente Valkenswaard staat loopt voor een aantal instellingen een kredietrisico. De gemeente staat voor deze (sociale) instellingen garant of heeft een achtervangpositie. In onderstaande tabel wordt weergegeven wat deze risico's zijn, mochten de instellingen niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. 

Omschrijving % per 31-12-2024 % per 31-12-2025 Hypothecaire zekerheid Restant schuld/risico per 31-12-2024 Restant schuld/risico per 31-12-2025
Woningbouwcorporaties met garantie WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw 97% 97% zonder 85.683 85.090
Financiële instellingen met een A-rating of hoger 0% 0% zonder 28 32
Overige toegestane instellingen 2% 2% met 1.557 2.564
Overige toegestane instellingen 1% 1% zonder 1.143 1.022
Totaal 100% 100% 88.411 88.708
9.7

Bedrijfsvoering

Inleiding

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Inleiding

Inleiding

De wereld verandert in hoog tempo. Daarmee veranderen ook onze maatschappelijke opgaven. Dit heeft direct invloed op de manier waarop wij werken, samenwerken en hoe we onze dienstverlening organiseren.

De Toekomstvisie 2040 geeft aan dat dit vraagt om een organisatie die flexibel is en kan meebewegen met veranderingen om nu en in de toekomst goede, toegankelijke en passende dienstverlening te kunnen bieden aan onze inwoners.

Dit betekent dat onze organisatie zich continu moet ontwikkelen. Dit vraagt om flexibiliteit van onze medewerkers én passende kennis, vaardigheden en ondersteuning voor onze medewerkers om hun werk, nu en in de toekomst, goed te kunnen doen.

Als gemeente zetten we ons in voor het algemeen belang én voor de behoeften van specifieke groepen in de samenleving. Dit dienstverlenende karakter moet zichtbaar zijn voor onze inwoners, organisaties en partners met wie we samenwerken en onze inwoners en partners mogen van ons verwachten dat wij hier actief en professioneel invulling aan geven.

Organisatie ontwikkeling
Binnen het programma Organisatieontwikkeling is gewerkt aan het versterken van de organisatie en het ondersteunen van de medewerkers bij het uitvoeren van hun taken. Bij al deze inspanningen stonden onze kernwaarden Empathisch, Gelijkwaardig, Oplossingsgericht en Daadkrachtig centraal in ons werken en handelen.

 

Arbeidsmarktontwikkeling

Op het gebied van arbeidsmarktontwikkeling is ingezet op het profileren als aantrekkelijke werkgever door het aanscherpen van vacatureteksten, deelname aan de banenmarkt Weredi en het aantrekken van trainees vanuit het regionale project Ruimte voor Groei. Ook zijn sollicitatiegesprekken vernieuwd en meer ingericht als een wederzijds en gelijkwaardig kennismakingsgesprek.

Binden en boeien van medewerkers

In het kader van binden en boeien van medewerkers is er doorlopend aandacht voor een goede onboarding van medewerkers met als doel een zorgvuldige en warme start binnen de organisatie. Daarnaast is ingezet op het waarderen en behouden van bestaande medewerkers door blijvende aandacht te geven aan het binden en boeien van onze medewerkers, onder andere door het houden van de goede gesprekken en de informatie uit de goede gesprekken en exitgesprekken te gebruiken om te verbeteren.  

De ontwikkeling van medewerkers is gestimuleerd door inzet op coaching en het aanbod van de interne opleidingsacademie. Ook is gewerkt aan het versterken van de samenwerking binnen en tussen teams door hier regelmatig aandacht aan te besteden.

Organisatie inrichten

Organisatiebrede processen zijn geanalyseerd en waar nodig verbeterd, waaronder het bestuurlijk proces.

Aanpak werklocaties

In 2025 stemde de gemeenteraad in met de vervolgaanpak van het corona-herstelplan. Daarbij hoort het ontwikkelen van een visie voor de vier gemeentelijke werklocaties en een plan voor een passende kantoorinrichting, die aansluit bij de toekomstige manier van werken. Een extern adviesbureau werkt nu samen met betrokkenen aan een gedragen visie en plan van aanpak. In 2026 wordt het voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd.

Aanschaf keuken

In 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met en middelen beschikbaar gesteld voor vervanging van de keuken in het gemeentehuis. Daarop is de aanbesteding gestart. Na afronding daarvan zal opdracht worden gegeven en zal naar verwachting in 2026 de keuken worden vervangen.

 

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering GRSA2

Bedrijfsvoering A2
De paragraaf bedrijfsvoering geeft een toelichting op de onderdelen Bedrijfsvoering en Werk & Inkomen. De GRSA2 voert deze taken uit voor de 70.000 inwoners van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard, als voor haar eigen interne organisatie. Deze paragraaf biedt inzicht in de ontwikkelingen omtrent bedrijfsvoering, gericht op het adequaat uitvoeren en het bieden van een kwalitatieve dienstverlening.

Ontwikkeling GRSA2
Het bestuur heeft bestuur vier harmonisatiethema’s benoemd, namelijk E-HRM, budgetbeheer, arbeidsmarktstrategie en slimmer en efficiënter werken. Deze thema’s zijn in 2025 nader uitgewerkt en vertaald naar concrete acties en verbetermaatregelen. Afronding staat gepland voor 2026.

Het invullen van specialistische functies bleef ook dit jaar uitdagend als gevolg van de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen is, waar noodzakelijk, gebruik gemaakt van externe inhuur.

In 2025 lag het accent op het versterken van de interne organisatie en het realiseren van financiële beheersing als randvoorwaarde voor verdere ontwikkeling van de dienstverlening. De GRSA2 heeft een start gemaakt met het sturen op budgetten en doelmatigheid. De kwaliteit van de P&C-cyclus blijft een aandachtspunt voor de GRSA2. De gemeenteraden hebben zowel bij de begroting 2026 als de Berap 2025 kritische zienswijzen ingediend. De accountant bevestigd in het rapport bij de jaarrekening 2025 het beeld dat de P&C-cyclus van de GRSA2 en het budgetbeheer verbeterd moeten worden. Het bestuur van de GRSA2 heeft opdracht gegeven om de aanbevelingen uit de managementletter 2025 van de GRSA2 uit te werken in een verbeterplan

Informatieveiligheid en privacy
Gemeenten verwerken grote hoeveelheden (persoons)gegevens. Het is daarom essentieel dat informatie betrouwbaar, beschikbaar en beschermd blijft. Informatiebeveiliging en privacy blijven voor de gemeenten en de GRSA2 een kernonderdeel van professioneel en zorgvuldig werken.

Gedurende het jaar 2025 waren niet alle noodzakelijke functies, zoals Chief Information Security Officer (CISO) en Functionaris Gegevensbeheer, bezet. Eind 2025 is het team formatief op sterkte gekomen. Hiermee is een basis gelegd om verder te bouwen aan de implementatie en borging van informatieveiligheid en privacy.

Daarnaast heeft de GRSA2 deelgenomen aan de gezamenlijke aanbesteding Cyberweerbaarheid, gericht op diensten die ondersteunen bij het verhogen van de digitale weerbaarheid en het voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en BIO2 (NIS2).

Gemeenten leggen jaarlijks verantwoording af over informatiebeveiliging via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). ENSIA is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en omvat onder meer een externe IT-audit voor de domeinen DigiD en Suwinet.

Belastingen
De Waarderingskamer heeft de GRSA2 opnieuw de best mogelijke beoordeling toegekend voor alle drie de deelnemende gemeenten. Het percentage formele bezwaren op de OZB is ten opzichte van 2024 gedaald.

Gegevensbeheer basisregistraties
In 2025 heeft de GRSA2 ingezet op het borgen van de kwaliteit en actualiteit van de basisregistraties onder andere door inzet van verbeterde datadistributie-systeem en versnelde inwinning/uitvoering van objectdata. Daarnaast is er een nieuwe kaartviewer geïmplementeerd en uitgedragen aan de gemeenten waarmee de gemeenten sneller en beter inzicht in de eigen Geo-grafische data hebben en daardoor beter kan sturen.

Informatie- en archiefbeheer
De GRSA2 heeft in 2025 het beleid en de metadataschema’s geactualiseerd en een kwaliteitszorgsysteem ingevoerd. Daarnaast is gestart met de gefaseerde overbrenging van archiefstukken naar het e-depot. De resterende activiteiten lopen volgens planning door in 2026.

I&A-visie en ontwikkelingen
In 2025 zijn eerste stappen gezet in de uitvoering van de bijbehorende projectenportfolio op thema’s zoals dienstverlening, informatievoorziening, digitale veiligheid en de ICT-werkomgeving. De verdere uitwerking van de I&A-visie en ontwikkelingen zoals AI en datagedreven werken zijn nader uitgewerkt en worden gedurende 2026 behandeld.

W&I
De werkzaamheden van de afdeling Werk & Inkomen volgden in 2025 de landelijke ontwikkelingen en de opgaven van de drie deelnemers. De aanbesteding van re-integratie- en participatietrajecten is afgerond, waardoor een actueel en passend ondersteuningsaanbod beschikbaar is gekomen. Daarnaast is het project Klant in Beeld gerealiseerd, waarmee inwoners uniform in beeld zijn gebracht en actuele informatie beschikbaar is via het W&I-datawarehouse.

In 2025 hebben de organisaties ingestemd met een breed minimabeleid. De GRSA2 heeft hiervoor een uitvoeringsplan opgesteld, gericht op een zo uniform en geharmoniseerd mogelijke uitvoering.

Daarnaast heeft de GRSA2 gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe uitvoeringsvisie, gebaseerd op vertrouwen, gelijkwaardigheid en de kernwaarden van de wet. De mensgerichte aanpak is verder versterkt door professionalisering van klantmanagers en door het structureel inbedden van casuïstiek overleggen binnen de W&I-subteams en het kernteamoverleg. Hiermee is de integraliteit en samenwerking binnen Werk & Inkomen verder verbeterd.

Ook in 2025 heeft het team Werk & Inkomen uitvoering gegeven aan tijdelijke regelingen, zoals het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen en ondersteuning van gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire.

Tot slot zijn in 2025 de voorbereidingen gestart voor de invoering van de Participatiewet in Balans (spoor 1), waarmee de basis is gelegd voor een tijdige en zorgvuldige implementatie van de nieuwe wettelijke kaders.

 

Personeel & Organisatie

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Personeel & Organisatie

Functieboek en HR-gesprekscyclus 

Sinds 2017 wordt er gebruik gemaakt van de HR21-systematiek. Een onderdeel van de HR-gesprekscyclus is ‘Het goede gesprek’ waarin de medewerker en manager op basis van gelijkwaardigheid in gesprek gaan over de werkzaamheden en -omstandigheden. Hier wordt met name wordt ingezet op het welzijn en de ontwikkeling van de toekomstbestendige medewerker. Iedere medewerker voert minimaal eens per jaar dit gesprek met de leidinggevende en bijna alle gesprekken hebben in overgrote gedeelte hebben deze gesprekken in 2025 plaatsgevonden, waarbij aandacht is geweest voor het welzijn van de medewerker.

Medewerker onderzoek (MO)

Elke drie (3) jaren wordt onder de medewerkers van de A2-gemeenten en de A2-organisatie een medewerker onderzoek (verder: ‘MO’) uitgevoerd. In 2022 heeft dit MO voor de laatste keer plaatsgevonden. Er is een aanbesteding in het najaar van 2024 geweest, waarna Effectory de partij is geworden die het MO gaat uitvoeren. Valkenswaard was voornemens dit in 2025 te laten plaatsvinden, echter, in het kader van harmonisatie, is deze pas in januari 2026 uitgezet om dit tegelijkertijd met de andere A2-organisaties te kunnen uitzetten. Er kan hierdoor een vergelijking gemaakt worden met het eerdere MO van 2022 en zo worden gekeken naar de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in deze afgelopen periode. Hoewel het onderzoek pas in januari 2026 is uitgezet, kan al wel worden aangegeven dat er een responspercentage is behaald van 84%, hetgeen een stijging is ten opzichte van het MO 2022 te weten 77% en dat het medewerkersonderzoek mooie resultaten laat zien. Zo bevelen medewerkers de gemeente meer dan het landelijk gemiddelde aan als werkgever.

De arbeidsmarkt staat onder druk. Volgens onderzoek van het A&O fonds kampen gemeenten met drie onvermijdelijke ontwikkelingen: de arbeidskrapte blijft de komende jaren aanhouden, de vergrijzing zet door en de druk op werknemers neemt toe. Voor gemeente Valkenswaard gelden deze ontwikkelingen zeker ook.

Dit dwingt de organisatie ertoe om anders te kijken, te denken en te handelen ten opzichte van de arbeidsmarkt. Enerzijds zijn er korte termijn acties opgepakt om het ontstane probleem beheersbaar te maken, anderzijds wordt er gewerkt aan een planning voor de middellange termijn. Ook de leeftijdsopbouw van het huidige personeelsbestand maakt dat er nu actie ondernomen moet worden voor de middellange termijn om de vacatures die nog zullen gaan ontstaan straks adequaat in te kunnen vullen. Bovendien blijkt uit onderzoeken dat jongere werknemers minder lang bij eenzelfde werkgever in dienst blijven en andere behoeften hebben. Het is in 2025 gelukt om 11 medewerkers jonger dan 35 jaar aan onze organisatie te verbinden.

In regionaal verband wordt er ook gewerkt aan het arbeidsmarktvraagstuk. Vanuit het project “Ruimte voor groei” hebben we een trainee aan ons kunnen verbinden. Binnen de organisatie maken we daarnaast gebruik van een drietal trainees die we een leertraject aanbieden en die we inzetten op projecten met als doel om hen te binden aan onze organisatie. Naast het vinden van nieuwe medewerkers focust de organisatie zich ook op het binden & boeien van bestaande medewerkers. Hoe houden we medewerkers binnen de organisatie en wat is daarvoor nodig? Naast korte termijn acties die doorlopend zijn ingezet is er in het kader van vinden, binden & boeien in beeld gebracht wat de vraagstukken zijn voor de middellange termijn, de oorzaken en de mogelijke oplossingsrichtingen. Vervolgens worden er acties aan gekoppeld, deze worden in 2026 verder uitgewerkt.

Korte termijn acties

 

Team FTE 2024 realisatie FTE 2025 primitieve begroting FTE ultimo 2025 FTE begroting 2026
Griffie 2,57 2,57 2,57 2,57
Directie/staf 8,23 7,56 8,23 8,23
Team Dienstverlening (voorheen KCB) 28,12 26,12 27,12 27,12
Klancontact Omgeving (KCO) 23,73 23,73 24,73 24,74
Klantcontact Zorg (KCZ) 27,94 27,94 27,94 27,94
Beheer & Uitvoering (B&U) 43,71 43,71 43,71 43,71
Sociaal en Economisch Beleid 31,22 31,22 32,44 32,44
Ruimtelijk Beleid (RB) 34,48 34,48 34,48 34,48
Projecten & Programma’s (P&P) 13,73 13,73 16,15 16,15
Toegestane formatie per 1 januari 214,73 211,06 217,37 217,38
Centrum voor muziek en dans (CMD) 9,74 9,74 10,14 10,14
10.1

Het totale P-budget in 2025 was € 19.900.000. Door vacatureruimte zijn de werkelijke salariskosten in 2025 € 17.700.000. Het saldo van € 2.200.000 is ingezet voor externe inhuur om de vacatureruimte in te vullen.
Naast inhuur voor vacatureruimte is er ook ingehuurd op diverse projecten.

Personeelsopbouw

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Personeelsopbouw

In het overzicht met betrekking tot de personeelsopbouw zijn het CMD, B&W en Raad niet meegenomen. 

Valkenswaard per 31-12-2025 (absoluut) Valkenswaard per 31-12-2025 (%)
leeftijd < 20 2 0,81
leeftijd 21 - 30 25 10,12
leeftijd 31 - 40 54 21,86
leeftijd 41 - 50 49 19,84
leeftijd 51 - 60 67 27,13
61 en ouder 50 20,24
10.2

Tijdelijke inhuur 
De inzet van externe medewerkers wordt bepaald op basis van een aantal uitgangspunten: 

Incidenteel werk, waaronder projecten; 

  1. Incidenteel werk, waaronder projecten;
  2. Tijdelijk extra capaciteit;
  3. Specifieke vaardigheden gezien de ontwikkeling van de organisatie;
  4. Externe deskundigheid;
  5. Vervanging bij ziekte:
  6. Moeilijk invulbare vacatures. 

Voordat wordt overgegaan op inhuur wordt kritisch gekeken of taken tijdelijk of structureel anders georganiseerd kunnen worden in de organisatie. 

Verzuim

In 2025 (meetpunt hele jaar 2025) is het ziekteverzuim 7,09 procent en de meldingsfrequentie bedraagt 0,73. Het ziekteverzuim en de meldingsfrequentie is gestegen ten opzichte van het jaar 2024 (ziekteverzuim 2024: 5,26 procent en de meldingsfrequentie 0,73). De verzuimcijfers van het A&O fonds over 2025 zijn nog niet bekend.

De toename van het verzuimpercentage is voornamelijk te verklaren door het langdurig medisch verzuim wat niet werk gerelateerd is.  In mindere mate is de toename te verklaren door psychische klachten. Opvallend is dat vergeleken met de branche er geen grote uitschieter te zien is in psychisch verzuim. Preventief wordt nog meer ingezet om het dreigend vermijdbaar verzuim voor te zijn en erna te streven om het verzuimcijfer te laten dalen. Middelen die hiervoor zijn ingezet zijn preventief spreekuur, begeleiding van de casemanager bij de uitvoering van de wet verbetering poortwachter en het voeren van gesprekken met de zieke medewerker, nauw contact met de bedrijfsarts en het voeren van frequente verzuimgesprekken.

Toelichting Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Bedrijfsvoering - Toelichting Rechtmatigheidsverantwoording

Met ingang van het boekjaar 2023 is de gemeente verplicht om zelf een rechtmatigheidsverantwoording op te stellen. Hiermee legt het college zelfstandig verantwoording af in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. 

De raad heeft een verantwoordingsgrens vastgesteld waarboven de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens voor fouten en onduidelijkheden gezamenlijk, is vastgesteld op 2% van de totale lasten exclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld € 2.402.120.

Verder heeft de raad met het college afgesproken dat onrechtmatigheden vanaf € 50.000 (rapportagegrens) in de paragraaf bedrijfsvoering worden toegelicht. Deze toelichting gaat in op de bevindingen van het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium. 

De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de financiële- en controleverordeningen van de gemeente. Daarnaast geldt het Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) beleid als toetsingskader voor de rechtmatigheidsverantwoording. 

Begrotingscriterium  

Het begrotingscriterium heeft betrekking op de grenzen van de baten en lasten in de door het college van burgemeester en wethouders geautoriseerde begroting. Het gaat hierbij om de investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheer handelingen tot stand komen. Bij onze controles voor het begrotingscriterium hebben wij geen onrechtmatigheden geconstateerd die uitkomen boven de verantwoordingsgrens. Wel zijn er een aantal onrechtmatigheden die boven de rapportagegrens vallen, en verderop in deze paragraaf worden toegelicht.  

Het College informeert de raad door middel van twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente in het lopende boekjaar. Het vaststellen van de tussentijdse rapportages door de raad leidt tot een wijziging van de programmabegroting (in geval van wijziging van baten en/of lasten op programmaniveau) en/of het investeringskrediet. Deze toelichting maakt onderdeel uit van de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening. In de financiële verordening hebben we afgesproken dat het begrotingscriterium wordt beoordeeld op het niveau van programma’s. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel beschouwd als:
a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;
b) Er is sprake van een over- of onderschrijding op een open-einde regeling;
c) Er is sprake van een overschrijding die volgens afspraken met de raad gedekt wordt door een (egalisatie)reserve;
d) Er sprake is van een storting in een voorziening om te voldoen aan wettelijke taken;
e) Er is sprake van een over- of onderschrijding van de geraamde baten;
f) Er is sprake van een onderschrijding van de geraamde lasten;
g) Wanneer de kosten tijdig aan de raad zijn gemeld – zelfs in dat geval dat deze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid. Het melden bij de jaarrekening van het desbetreffende jaar wordt niet gezien als tijdig.

De uitwerking van het begrotingscriterium in de rechtmatigheidsverantwoording volgt uit de financiële verordening artikel 11. Daarnaast is in 2025 de kadernota rechtmatigheid aangepast met een nadere uitwerking rondom het thema begrotingscriterium. Daarbij wordt het volgende schema gehanteerd: 

Toelichting op afwijkingen begrotingscriterium 

Er zijn een aantal afwijkingen boven de € 50.000 welke toegelicht dienen te worden:  

Wat betreft het begrotingscriterium dienen er 4 programma’s toegelicht te worden. Bij deze programma’s is er sprake van een overschrijving op de lastenkant. Per programma wordt onder de tabel toegelicht waarom het college deze als acceptabel beoordeeld. 

 

Programma 1

In programma 1 is een overschrijding op de lasten van € 453.000. Het merendeel van deze overschrijding wordt verklaard door hogere kosten voor Jeugd, Wmo en Bijstand. Omdat al deze regelingen open-einde regelingen zijn, worden deze kosten als acceptabel aangemerkt.

Programma 2

In programma 2 is er een netto-overschrijding op de lasten van € 119.000. Deze extra lasten zien met name toe op de extra benodigde inhuur voor zowel de bestemmingsplannen, als voor de toezicht en handhaving. Omdat de kosten passen binnen het totale P-budget, wat ook zo gerapporteerd is in de paragraaf bedrijfsvoering, worden de extra kosten op het programma als acceptabel aangemerkt. Voor een gedetailleerde verklaring verwijzen we naar de verantwoording programma 2. 

Programma 4

In programma 4 is een overschrijding op de lasten van € 1.424.000. Deze wordt voor een bedrag van € 1.319.000 door de benodigde storting in de voorziening Wethouders pensioenen. Deze voorziening is verplicht om aan het einde jaar op niveau te zijn, om zo te kunnen voldoen aan de dekking voor de pensioenverplichtingen van (gewezen) wethouders. Omdat deze voorziening aan het einde van het jaar berekend wordt en fluctueert, wordt hier geen begroting tegenover gezet. Tevens is de voorziening bijgesteld op het niveau om te voldoen aan de correcte overdrachtswaarde van de pensioenen, welke op 1 januari 2028 plaats zal vinden. Daarom wordt deze beoordeeld als acceptabel. Hiermee blijft wel een onrechtmatigheid van 105.000 bestaan op programma 4. Voor een toelichting hierop verwijzen we naar de verantwoording in de programma 4.  

Programma 5

Op programma 5 is een overschrijding van € 663.000. Dit wordt verklaard door een storting in de voorziening verlofsparen á € 275.000, welke hiermee op het juiste niveau gebracht is. Daarmee worden deze uitgaven als acceptabel aangemerkt. Tevens is er ook minder rente toegerekend aan investeringen, a € 500.000. Financieel technisch leidt dit tot een afwijking op de lasten. Hier staan echter in de overige programma’s dekking tegenover. Hiermee wordt deze overschrijding ook als acceptabel aangemerkt. 

 

Overschrijding investeringsbudgetten 

De overschrijdingen op de investeringskredieten zijn minimaal. Op het krediet voor de renovatie kleedkamer HOD is in overschrijding. Aangezien de werkzaamheden in 2026 nog doorlopen, zal in de Bestuursrapportage 2026 voorgesteld worden het krediet op te hogen. Hiermee zal het krediet voldoende zijn en bij afsluiting niet overschrijden.

Daarnaast is voor de inrichting van de N69 tussen de Europalaan en Valkenierstraat een overschrijding van €50.000. Omdat deze overschrijding toe ziet op een project uit de projectenportefeuille, en in de totale portefeuille nog voldoende krediet beschikbaar is, wordt deze aangemerkt als acceptabel.  

Reservemutaties

Aan stortingen in de reserves is een bedrag van € 4.219.000 begroot en € 4.178.000 gerealiseerd. De afwijking valt onder de rapportagegrens.

Aan onttrekkingen aan de reserves is een bedrag van € 6.842.000 begroot en € 6.265.000 gerealiseerd. Er is dus minder onttrokken aan de reserves.

Conclusie: er hebben in 2025 geen ongeautoriseerde reservemutaties plaatsgevonden. 

Voorwaardencriterium

Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. Deze eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.  
 

Onrechtmatigheden als gevolg van ten onrechte niet Europees aanbesteden 
 
1. Inkoop graszaden en meststoffen 
Bevinding: er is geen overeenkomst voor de aankoop van graszaden en meststoffen 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 222.205. Deze werkzaamheden blijven onrechtmatig zolang er geen aanbestedingstraject wordt opgestart. In 2025 gaat het om een bedrag van € 18.739. De uitgaven lopen door in 2026. 
Maatregel: Reeds een aanbesteding opgestart.  
 
2. Beplantingswerkzaamheden 
Bevinding: voor beplantingswerkzaamheden is er geen (raam)overeenkomst afgesloten. 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 419.101. De uitgaven lopen door in 2026. De overschrijding in 2025 is € 108.445. 
Maatregel: Na de spend-analyse halverwege 2026 worden eventuele vervolgstappen in de aanbestedingsprocedure gestart.
 
3. Inhuur projectleiders fysiek domein
Bevinding: voor de inhuur van projectleiders is er geen (raam)overeenkomst afgesloten en loopt niet via Yacht (inkooppartner). 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europse aanbestedingsgrens, namelijk € 257.424. De uitgaven lopen door in 2026. De overschrijding in 5is € 73.240. 
Maatregel: Na de spend-analyse halverwege 2026 worden eventuele vervolgstappen in de aanbestedingsprocedure gestart.
 
4. Inkoop brandstoffen 
Bevinding: er is geen overeenkomst voor de aankoop brandstoffen 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 319.199. In 2025 gaat het om een bedrag van € 11.624.  
Maatregel: Er is reeds een nieuwe aanbesteding geweest. De resterende gemaakte kosten betreffen de overgangsperiode.  

5. Groenwerkzaamheden 
Bevinding: er is geen overeenkomst voor de uitvoering van groenwerkzaamheden 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 271.841. In 2025 gaat het om een bedrag van € 46.754.  
Maatregel: Na de spend-analyse halverwege 2026 worden eventuele vervolgstappen in de aanbestedingsprocedure gestart.

6. Materialen verharding openbare ruimte
Bevinding: er is geen overeenkomst voor de inkoop van verharding voor de buitenruimte. 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 329.604. In 2026 gaat het om een bedrag van € 10.856.  
Maatregel: Na de spend-analyse halverwege 2026 worden eventuele vervolgstappen in de aanbestedingsprocedure gestart.

7. Inkoop materialen openbare ruimte
Bevinding: er is geen overeenkomst voor inkoop voor materialen in de openbare ruimte 
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 456.062. In 2025 gaat het om een bedrag van € 61.225.  
Maatregel: opstarten van een aanbesteding van deze werkzaamheden. 

8. Werkzaamheden verkeersveiligheid
Bevinding: er is geen overeenkomst voor de uitvoering van projecten omtrent verkeersveiligheid.
Onrechtmatigheid: de totale uitgaven over de afgelopen 4 jaren zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 268.298. In 2025 gaat het om een bedrag van € 85.462.  
Maatregel: Na de spend-analyse halverwege 2026 worden eventuele vervolgstappen in de aanbestedingsprocedure gestart.

9. Inhuur vergunningen en begeleiding WABO 
Bevinding: voor de inhuur voor het vergunningsproces en de begeleiding WABO is geen aanbestedingsdocument.  
Onrechtmatigheid: De totale uitgaven over de afgelopen 4 jaar zijn boven de Europese aanbestedingsgrens, namelijk € 344.128. Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 118.530. In 2026 wordt de inhuur beëindigt. Het betreft hier inhuur van externe deskundigheid die niet via het traject van Yacht ingekocht kon worden. 
Maatregel: de inhuur loopt vanaf 2026 via Yacht, waarmee de inkopen rechtmatig zijn.  

Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium  

Het misbruik en oneigenlijk gebruik heeft betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheers handelingen. Hiervoor is door de gemeente Valkenswaard M&O beleid vastgesteld. Bij de interne controle is hier uiteraard ook de benodigde aandacht voor.  

Verbonden partijen

Inleiding

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Inleiding

Volgens artikel 1 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) zijn verbonden partijen privaat-of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Een bestuurlijk belang wordt beschreven als zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij uit hoofde van stemrecht. Als de gemeente een bedrag aan de verbonden partij ter beschikking stelt dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat of waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt, spreekt men van een financieel belang. 
Uitgangspunt bij het participeren in verbonden partijen is dat deze vorm van samenwerking op basis van synergie de gemeente kansen biedt voor het realiseren van de doelstellingen. Bepaalde vormen van samenwerking
kunnen ook risico’s met zich meebrengen. Denk hierbij niet alleen aan  bestuurlijke/politieke risico’s, maar ook aan financiële risico’s. 

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen - Verbonden partijen

 In onderstaande tabellen worden alle verbonden partijen behandeld. Voor zover definitieve jaarrekeningen nog niet beschikbaar zijn, worden conceptcijfers ingevuld, dan wel n.n.b. (nog niet bekend). 
Alle onderstaande verbonden partijen worden door de BBV geclassificeerd als gemeenschappelijke regelingen.

Verbonden partij Programma Vorm van belang Omvang belang Financiële bijdrage 2025 (* € 1.000) Eigen vermogen 01-01-2025 (* €1.000) Eigen vermogen 31-12-2025 (* € 1.000) Vreemd vermogen 01-01-2025 (* € 1.000) Vreemd vermogen 31-12-2025 (* € 1.000) Risico's Verwacht resultaat ( * € 1.000)
Samenwerking A2 gemeenten (GRSA2) Overhead GR 47,90% 13.560 -427 -476 9.778 9.897 Zoals in de gemeenschappelijke regeling is aangegeven ligt het financiële risico bij de deelnemende gemeenten. Jaarlijks wordt het financiële resultaat van de GRSA2 met de gemeenten verrekend. Via de Berap van de GRSA2 wordt jaarlijks een zo goed mogelijke voorspelling van dit resultaat gegeven, zodat dit bedrag opgenomen kan worden in de P&C producten van de deelnemende gemeenten. kostendekkend
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) Samen recreëren wij in Valkenswaard GR 2,50% 694 4.183 4.749 4.907 3.999 De ODZOB actualiseerd tweemaal per jaar haar risico-inventarisatie. Het totaal van de gekwantificeerde risico's bedraagt € 1,5 miljoen. De belangrijkste risico's waarmee de ODZOB momenteel rekening houdt: 1. Te lage productiviteit, niet veroorzaakt door ziekteverzuim. 2. Het niet kunnen beschikken over voldoende werkaaanbod trainees kostendekkend
Metropoolregio Eindhoven (MRE) Samen wonen en werken wij in Valkensward GR De MRE rekent met een bijdrage voor Regonale opgaven, Brainport Development, het SRE Stimuleringsfonds en het Regionaal Historisch Centrum 652 20.597 21.952 21.827 62.687 De belangrijkste risico's waarmee de MRE momenteel rekening houdt. 1. Hogere kosten externe inhuur ( € 250.000) 2. Overdracht Gulbergen in 20230 (€ 2,5 miljoen) kostendekkend
Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Brabant-Zuidoost (GGD) Samen zorgen wij voor Valkenswaard GR De bijdrage aan de GGD bestaat uit een reguliere bijdrage op basis van een tarief per inwoner en een marktconform tarief voor de plustaken 1.332 7.746 9.439 29.551 29.987 De belangrijkste risico's waarmee de GGD momenteel rekening houdt: 1. Stijgende kosten 2. Onvoldoende budget personeelsverloop 3. Uitvoering noodzakelijke activiteiten zonder financiering 4. Extra kosten door organisatieverandering en taakuitvoering. De risico's worden grotendeel afgedekt door het aanwezige weerstandsvermogen. kostendekkend
Werkvoorzieningschap regio Eindhoven (Ergon) Samen zorgen wij voor Valkenswaard GR De middelen die de gemeente Valkenswaard van het rijk ontvangt voor de uitvoering van WSW-taken worden doorbetaald naar Ergon 5.684 10.415 6.378 20.593 28.499 De belangrijkste risico's waarmee de Ergon momenteel rekening houdt: 1. Macrobudget WSW 2. Inhuur als gevolg van lage instroom Participatiewet 3. Wegvallen opdrachtgevers 4. Loonstijgingen en stijging overige kosten die niet kunnen worden doorbelast kostendekkend
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Samen in dienst van Valkenswaard GR 3,78% 2.161 3.262 5.789 34.714 31.776 De huidige omvang van de reserve is niet voldoen om op basis van de risico-analyse alle risico's te dekken. Aangezien de verwachting is dat niet alle risico's zich voordoen is dit acceptabel. Een eventueel tekort zal bij de deelnemers verhaald worden kostendekkend
Cure Samen in dienst van Valkenswaard GR 8,50% 4.362 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. Cure heeft geen weerstandsvermogen opgebouwd. De systematiek van kostprijsbegroting staat dit niet toe. Mogelijke schades en risico's van materieel belang kunnen niet binnen de eigen weestandscapaciteit worden opgevangen. Jaarlijks wordt er afgerekend met de gemeente. In de begroting heeft Cure een post onvoorzien opgenomen om autonome externe ontwikkelen op te vangen (2026 € 396.000) kostendekkend
BGTS Groote Heide Samen recreëren wij in Valkenswaard Overig 20% 54 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. De BGTS Groote Heide heeft een beperkt budget en beperkte eigen personeelsformatie waarmee de taken en doelen mee moeten worden gerealiseerd. De deelnemende gemeenten moeten ieder 2 x 0,3 fte menskracht leveren. Dat gebeurt niet altijd ofwel niet altijd met de juiste medewerkers waar qua kennisachtergrond en competenties behoefte aan is. De omvangrijke Interegsubsidie vraagt om een goede beheerorganisatie voor deze opgave. Die is deels ingevuld met professionele inhuur en deels eigen bezetting kostendekkend
BNG Bank Overhead Overig 0,02% 0 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. Er zijn geen concrete risico's bij de verbonden partij. De dividenduitkering vindt plaats op basis van de jaarlijkse winst, waarmee er enige onzekerheid is over de hoogte van het rendement n.v.t.

Grondbeleid

Inleiding

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Inleiding

De manier waarop de gemeente invloed uitoefent op de realisatie van ruimtelijke plannen kan kortweg worden gezien als de essentie van gemeentelijk grondbeleid. Een slagvaardig grondbeleid is een randvoorwaarde voor het welslagen van ruimtelijk en sectoraal beleid. Toekomstvisie, Structuurvisie, Omgevingsvisie, Woningbouwprogramma en andere beleidsnota’s geven richting aan de toekomstige ontwikkeling van Valkenswaard. Om te zorgen dat de gemeente daarin de regie kan voeren is het van belang dat zij zich naast publiekrechtelijke kaders kan bedienen van privaatrechtelijke kaders en instrumenten. Dit kan door het voeren van een dynamisch grondbeleid. De doelstellingen en werkwijzen en instrumenten van het grondbeleid liggen vast in de Nota Grondbeleid, vastgesteld op 16 mei 2024.

Ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Ontwikkelingen

De krapte op de woningmarkt houdt aan en er is nog steeds veel vraag naar woningen. De schaalsprong samenhangend met de operatie Beethoven vraagt om extra inzet op woningbouw. Voor Valkenswaard zal dit betekenen dat er meer en sneller woningen gebouwd moeten worden dan eerder voorzien. De huizenprijzen blijven stijgen, hogere rente en bouwkosten kunnen invloed hebben op de woningmarkt. De financiële ontwikkeling van het grondbedrijf blijft een bijzonder aandachtspunt. Demografische ontwikkelingen geven aan dat er steeds meer eenpersoonshuishoudens komen en dat de bevolking vergrijst. Het gevolg kan zijn dat er andere type woningen gebouwd dienen te worden. 

Om bij te dragen aan de woningbouwopgave van Valkenswaard heeft de gemeente op enkele locaties een voorkeursrecht gevestigd. Met deze actieve grondpolitiek krijgt de gemeente meer mogelijkheden om te sturen op gebiedsontwikkelingen en regie te houden op de uitgifte en de doelstellingen die zij hierbij wenst te bereiken.  

Parameters

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Parameters

Bij het opstellen van de calculaties is uitgegaan van de volgende parameters: 

  • Rentelasten: 0,75%
  • Disconteringsvoet: 2% (verplicht conform BBV)
  • Kostenstijgingen: 3,5% (2026), 3% (2027-2028), 2% (2029 e.v.)
  • Opbrengstenstijgingen: afhankelijk van woningbouwcategorie en uitgiftescenario. 

Daar waar onderliggende contracten zijn afgesloten worden de indexen van deze contracten gevolgd.  

Grondprijzen

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Grondprijzen

De werkelijke grondprijzen worden gebaseerd op taxaties door een beëdigd taxateur. De grondprijzen voor sociale woningbouw worden periodiek tegen het licht gehouden en indien nodig bijgesteld.

Vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Vennootschapsbelasting

Op basis van een voorlopige aanslag hoeven we vanaf 2024 geen vennootschapsbelasting af te dragen. In de reserve Grondexploitaties is geen reservering opgenomen voor een mogelijk afdracht over de jaren 2023-2025. Mocht deze zich voordien dan zal die afgedekt worden met toekomstige positieve resultaten. 

Bouwgronden in exploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Bouwgronden in exploitatie

We zijn 2025 begonnen met 8 actieve grondexploitaties. In 2025 is 1 exploitatie afgesloten. Jaarlijks worden de lopende bouwgrondexploitaties (grexen) geactualiseerd. Het proces van de actualisatie valt samen met het proces van de jaarrekening. Op basis van de voorgaande parameters worden onderstaande resultaten op einddatum geraamd. Dit is exclusief de reeds genomen tussentijdse resultaten. De reeds tussentijds genomen winsten zijn verwerkt in de boekwaarde per 31-12-2025. 

Er zijn geen bedrijfsterreinen in ontwikkeling. Voor de negatieve grondexploitaties zijn voorzieningen op basis van netto contante waarde per 1-1-2026 gevormd. 

Einde looptijd Boekwaarde 1-1-2025 Boekwaarde 31-12-2025 Nog te realiseren kosten Nog te realiseren opbrengsten Rente Nog te realiseren resultaat
Positieve grondexploitaties
Scottstraat/Amundsenstraat 2028 586 665 444 -2.864 -2 -1.758
Lage Heide totaal 2026 -758 -241 522 -438 -3 -160
Jasmijn/Hazelaar 2028 237 426 850 -3.944 -28 -2.696
LS ten Broekstraat 2029 178 48 790 -2.273 -24 -1.459
Keizerstraat-Venbergseweg 2027 309 316 645 -1.488 2 -524
Totaal positieve grondexploitaties 553 1.214 3.250 -11.006 -55 -6.597
Negatieve grondexploitaties
Hoge Akkers 2026 2.327 2.363 83 0 18 2.463
Emmalaan 2025 572 0 0 0 0 0
Wilde Wingerd 2026 472 861 138 -873 7 132
Totaal negatieve grondexploitaties 3.371 3.223 221 -873 24 2.595
Totaal 3.924 4.437 3.471 -11.880 -31 -4.003
12.1

(Tussentijdse) winstneming

Terug naar navigatie - Grondbeleid - (Tussentijdse) winstneming

Op basis van de verplichte Percentage of completion methode (POC methode), dient jaarlijks tussentijdse winst genomen te worden. Dit is een verplichting die voorkomt uit het realisatiebeginsel zoals opgenomen in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV), de boekhoudregels voor de gemeente.  

Het tussentijds nemen van winsten geldt alleen voor grondexploitaties waarvoor een positief resultaat verwacht wordt. Voor grondexploitaties met een negatief verwacht resultaat dient direct een voorziening gevormd te worden.  

In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de (tussentijdse) winstnemingen. 
Het plan Emmalaan is afgesloten in 2025. 

bedragen x € 1.000
Tussentijdse winstneming
Grex Gerealiseerd t/m 2025 t/m 2024 2025
verwachte winst basis verwachte winst worst-case % kostenrealisatie % opbrengstenrealisatie Percentage POC Tussentijdse winst totaal Tussentijdse winst Tussentijdse winst
Lage Heide totaal 6.788 6.788 0,99 0,99 0,98 6.627 6.456 171
Jasmijn - Hazelaar 2.704 2.704 0,35 0,01 0,00 8 4 4
Le Sage ten Broekstraat 1.505 1.505 0,27 0,11 0,03 46 0 46
Scottstraat - Amundsenstraat 1.768 1.768 0,61 0,01 0,01 11 4 7
Keizerstraat - Venbergseweg 524 524 0,33 0,00 0,00 0 0 0
Wilde Wingerd -132 -132 0,82 -0,33 -0,27 0 10 -10
6.693 6.474 219
12.2

Verliesvoorziening Grondexploitaties (GREX)

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Verliesvoorziening Grondexploitaties (GREX)

De omvang van deze voorziening wordt jaarlijks bepaald op basis van de verlieslatende grondexploitaties. Op basis van de netto contante waarde wordt de benodigde omvang bepaald. Mutaties worden verwerkt via de reserve Grondexploitaties. Op basis van de geactualiseerde calculaties en het afsluiten van de grondexploitatie Emmalaan ontstaat de volgende voorziening per eind 2025 op basis van de netto contante waarde. Op eindwaarde bedraagt het tekort op de negatieve plannen ca € 2,55 miljoen.   

bedragen x € 1.000
Stand voorziening 1-1-2025 Dotatie Onttrekking Resultaat ivm afsluiten Stand voorziening 31-12-2025
Hoge Akkers -2.422 7 - - -2.415
Emmalaan -778 -25 - 803 -
Wilde Wingerd - -139 - - -139
Totaal 3.200 -157 0 803 -2.554
12.3

Reserve Grondexploitaties

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Reserve Grondexploitaties

Op 24 februari 2022 heeft de raad ingestemd met een systematiek voor het bepalen van de ondergrens van de reserve Grondexploitaties. In onderstaande opbouw is hiermee rekening gehouden.

Conclusie is dat er € 68.000 onttrokken wordt aan de algemene reserve. Dit ter versteviging van de reservepositie. 

bedragen x € 1.000
Buffer reserve Grondexploitaties - Algemene Reserve
Stand 1-1-2025 826
Toevoeging (tussentijdse) winsten 219
Mutatie voorzieningen negatieve grexen -157
Totaal na mutaties reserve grondexploitaties per 31-12-2025 888
Risico's grondexploitaties
Nog te maken kosten / inkomsten 853
Reservering vennootschapsbelasting 0
Reservering fondsafdrachten 103
Totaal benodigde reserve grondexploitaties per 31-12-2025 956
Onttrekking algemene reserve -68

Ontwikkelingen per grondexploitatie

Terug naar navigatie - Grondbeleid - Ontwikkelingen per grondexploitatie

Per jaareinde 2025 is er grondexploitatie afgesloten. De overige grondexploitaties lopen door. Een toelichting per complex wordt hieronder gegeven.

Specificatie gronden exploitatie Boekwaarde 1-1-2025 Investeringen 2025 Opbrengsten 2025 Tussentijdse winst 2025 Resultaatsluiten grexen Boekwaarde 31-12-2025 Voorziening Balanswaarde 31-12-2025
Scottstraat / Amundsenstraat 586 72 - 7 - 665 - 665
Lage Heide totaal -758 442 97 171 - -241 - -241
Jasmijn/Hazelaar 237 184 - 4 - 426 - 426
LS ten Broekstraat 178 115 291 46 - 48 - 48
Keizerstraat-Venbergseweg 309 7 - - - 316 - 316
Wilde Wingerd 472 423 25 -10 - 861 -139 722
Hoge Akkers 2.327 36 - - - 2.363 -2.415 -52
Emmalaan 572 231 - - -803 - - -
Totaal € 3.924 € 1.510 € 413 € 219 -€ 803 € 4.437 -€ 2.554 € 1.883
12.5

De plannen die doorlopen zullen resultaten opleveren. In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt wat de reeds gerealiseerde resultaten zijn en wat er nog aan resultaat te verwachten is in komende jaren. 

Einde looptijd Gerealiseerd resultaat t/m 2024 Gerealiseerd resultaat 2025 Nog te realiseren resultaat Totaal resultaat
Scottstraat/Amundsenstraat 2028 4 7 1.758 1.768
Lage Heide totaal 2026 6.456 171 160 6.788
Jasmijn/Hazelaar 2028 4 4 2.696 2.704
LS ten Broekstraat 2029 - 46 1.459 1.505
Keizerstraat-Venbergseweg 2027 - - 524 524
Positieve grondexploitaties 6.464 228 6.597 13.290
Hoge Akkers 2026 - - -2.463 -2.463
Emmalaan 2025 - - - -
Wilde Wingerd 2026 10 -10 -132 -132
Negatieve grondexploitaties 10 -10 -2.595 -2.595
Totaal grondexploitaties 6.474 219 4.003 10.695
12.6

Emmalaan (gemeentewerf) (einde looptijd 2025)  

Het resultaat is € 9.000 negatiever dan geraamd. Voor de saneringsinstallatie worden de komende jaren nog beperkte kosten gemaakt. Het verwachte negatieve resultaat op einddatum bedraagt € 803.000. 

Wilde Wingerd (einde looptijd 2026) 

Er is een overeenkomst gesloten met Woningbelang. Zij maken de gronden bouw- en woonrijp. De loting van de CPO kavels hebben plaatsgevonden en worden in Q1 2026 geleverd. In de grex waren abusievelijk opbrengsten verrekend die toebehoren aan de grex Barentszstraat deze zijn gecorrigeerd.  Het verwachte resultaat op einddatum neemt daardoor af met ca € 299.000 tot ca - € 142.000.  
 
Hoge Akkers (einde looptijd 2026) 

De grondexploitatie Hoge Akkers verwachten we in 2026 af te kunnen ronden. Dit werk is in de afrondende fase. Het resultaat wordt ca € 8.000 minder negatief, de voorziening wordt hierop gecorrigeerd. Het verwachte negatieve resultaat op einddatum bedraagt € 2.463.000. 

Lage Heide (einde looptijd 2026) 

De laatste kavel voor de landgoederen is in 2024 verkocht. In het deelproject Lage Heide Wonen dient nog één kavel verkocht te worden. Door de afdrachtsregeling bij verkoop van een woning zijn extra inkomsten gegenereerd. Uitgevoerde werkzaamheden betreffen met name werkzaamheden aan de infrastructuur en de groenvoorziening. De looptijd van het plan is met 1 jaar verlengd omdat er nog afrondende werkzaamheden uitgevoerd moeten worden.Het verwachte resultaat van het gehele plan verbetert hierdoor tot ca € 6,79 miljoen. Hiervan is reeds aan tussentijdse winsten € 6,62 miljoen genomen.    

Keizerstraat – Venbergseweg (einde looptijd 2027) 

Door verwachte latere uitgifte van gronden nemen de inkomsten toe. Dit als gevolg van indexering. Het verwachte positieve resultaat op einddatum neemt daardoor toe van € 398.000 tot € 524.000.  

Op dit moment worden er vrijwel geen werkzaamheden uitgevoerd binnen deze grondexploitatie. In samenhang met de ontwikkelingen van Lage Heide Zuid wordt gekeken naar de mogelijkheden voor één integrale gebiedsontwikkeling. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, kunnen we de einde looptijd van deze grondexploitatie opnieuw beoordelen. 

Jasmijn / Hazelaar (einde looptijd 2028) 

Het bouwrijp maken heeft langer geduurd ivm archeologisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden. Derhalve is de looptijd van de grex een jaar verlengd. De gronden zijn inmiddels bouwrijp gemaakt en de uitgifte is gestart. Voor de uitgifte zijn de percelen in december 2025 opnieuw getaxeerd, wat heeft geleid tot een aanzienlijk hogere opbrengst ten opzichte van de vorige taxatie in januari 2024. Het verwachte resultaat neemt hierdoor met € 875.000 toe tot circa € 2.700.000. 

Scottstraat / Amundsenstraat (einde looptijd 2028) 

De woningen zijn opnieuw getaxeerd, wat resulteert in een hogere marktwaarde en daarmee een hogere opbrengst. Gelet op het type woningen en de perceeloppervlakten is de betaalbaarheidsgrens voor de zes woningen aan de Amundsenstraat losgelaten. Hierdoor ontstaat een aanzienlijk hogere marktwaarde. Voor de verkoop van het complete plan aan een ontwikkelaar is een tenderprocedure gestart. Het verwachte financiële resultaat stijgt hiermee met € 1.266.000 tot een positief saldo van € 1.764.000. 

Le Sage ten Broekstraat (einde looptijd 2029) 

Deze grondexploitatie wordt voornamelijk positief beïnvloed door een hogere verwachte opbrengst. De aanbestedingen voor het bouw- en woonrijp maken worden in 2026 opgestart. Op basis van het door de raad vastgestelde kaderdocument is een ontwikkelstrategie opgesteld, waarin onder meer ruimte is opgenomen voor 12 vrijesectorappartementen. Voor de bepaling van de opbrengsten is uitgegaan van vergelijkbare projecten binnen de gemeente en van advies van een onafhankelijke taxateur. Hierdoor neemt het verwachte positieve resultaat op einddatum toe met € 742.000 tot ca € 1.505.000. 

Wet open overheid (Woo)

Wet open overheid

Terug naar navigatie - Wet open overheid (Woo) - Wet open overheid

Wat wilden we bereiken?

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet open overheid (Woo) heeft tot doel de transparantie van de overheid te vergroten en de toegang tot overheidsinformatie te verbeteren. De wet is bedoeld om burgers en organisaties meer inzicht te geven in het functioneren van de overheid en om de democratische controle te versterken. In deze paragraaf doen we verslag over de uitvoering van 2025.

De implementatie van de Wet open overheid wordt centraal georganiseerd door de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking A2- gemeenten waarvoor in 2025 een Woo-coördinator is aangesteld die tevens de rol vervult van projectleider. De implementatie van de Woo wordt hiermee projectmatig aangepakt en ondersteunt de gemeente Valkenswaard in de uitvoering..

Wat hebben we gedaan?

De implementatie van de Woo vindt gefaseerd plaats en richt zich op 3 hoofdthema’s:
1. actief openbaar maken van informatie in 11 verplichte informatiecategorieën;
2. passief openbaar maken van informatie (Woo-verzoeken);
3. informatiehuishouding op orde.

Actieve openbaarmaking
De Woo verplicht overheden om -gefaseerd, door middel van tranches- actief documenten uit de verschillende informatiecategorieën te publiceren. Dit is onderdeel van het project dat in 2025 verder is voortgezet. De gemeente Valkenswaard voldeed in 2024 al aan de eerste tranche van de Woo. In de loop van 2025 is gewerkt aan de openbaarmaking van de informatie categorieën van de tweede tranche waarmee we nu gedeeltelijk voldoen aan de wettelijke verplichting tot actieve openbaarmaking van:

1.    Jaarplannen en jaarverslagen

2.    Bij vertegenwoordigende organen ingekomen stukken

3.    Agenda’s en besluitenlijst bestuurscolleges

Ook is de gemeente Valkenswaard aangesloten op de Woo-index.

Passieve openbaarmaking
In 2025 heeft gemeente Valkenswaard 54 Woo-verzoeken ontvangen, waarvan er 39 zijn afgehandeld. 51% van deze verzoeken is binnen de wettelijke termijn afgehandeld. De behandeling van Woo-verzoeken legt veel druk op de ambtelijke capaciteit. Een groot deel van de verzoeken zijn complex of omvangrijk en leggen druk op de wettelijke termijnen wat van invloed is op de doorlooptijden van een Woo-verzoek. Ook speelt de administratieve opvolging en interne informatiehuishouding hier een rol in. Naarmate er meer informatie proactief openbaar zal worden gemaakt, zal het aantal Woo-verzoeken mogelijk afnemen, hoewel dit zich moeilijk laat voorspellen. De verwachting is dat meer regie op het afhandelingsproces een positieve bijdrage kan leveren aan de tijdige en kwalitatieve afhandeling.

Informatiehuishouding op orde
“Informatiehuishouding” betreft de opslag, het beheer en de verstrekking van gegevens binnen een organisatie. Dit moet goed georganiseerd zijn, zodat iedereen snel toegang heeft tot de benodigde informatie en om de besluitvorming te kunnen verantwoorden. In 2025 hebben we ons voornamelijk gericht op bewustwording van een correcte informatiehuishouding. De benodigde stappen zijn gezet om de informatie uit tranche 1 en 2 goed te ontsluiten.

2026 en verder
In 2026 en 2027 zet de verplichting tot actieve openbaarmaking van de opvolgende tranches zich voort. We streven ernaar om in 2026 focus te houden op het actief openbaar maken van de documenten uit de informatie categorieën. De actieve rol van de Woo contactpersonen en de Woo-coördinator zal hieraan bijdragen.

Subsidieverstrekking

Inleiding

Terug naar navigatie - Subsidieverstrekking - Inleiding

De kwaliteit van de samenleving in de gemeente Valkenswaard – bestaande uit de kernen Valkenswaard, Borkel & Schaft en Dommelen – wordt mede gekenmerkt door de hoge mate van sociale samenhang. Het fundament van die sociale samenhang wordt gevormd door betrokken burgers die vorm geven aan de samenleving, hun samenleving. Veel activiteiten die burgers ontplooien komen tot stand in georganiseerd verband. De gemeente Valkenswaard vindt die activiteiten belangrijk. Daarom verstrekt de gemeente jaarlijks subsidies aan een breed scala van meer dan honderd verenigingen en organisaties. 

Er zijn veel verschillende subsidies en daarom is er een algemene subsidieverordening op hoofdlijnen. Het is een procedureverordening en daarnaast zijn er beleidsregels. De subsidies kunnen structureel of incidenteel zijn voor subsidierelaties met gewone en intensieve sturing.

Intensieve subsidierelaties scoren hoog op bepaalde criteria, zoals het van vitaal belang zijn voor het welbevinden van de burger, het bepalend zijn voor het al dan niet realiseren van gemeentelijke beleidsdoelstellingen en het vormen van een groot financieel risico. Met deze relaties is intensiever contact vanuit de gemeente, om zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau tot een goed plan en een adequate monitoring te komen.

Subsidiebeleid en subsidieverordening

Terug naar navigatie - Subsidieverstrekking - Subsidiebeleid en subsidieverordening

Sinds 2019 geldt de Subsidieverordening 2016 – gewijzigd. Gebaseerd op de algemene subsidieverordening stelt de gemeenteraad bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling per cluster het bedrag vast dat maximaal als subsidie door het college kan worden verleend aan organisaties. Dit zogenaamde subsidieplafond is bedoeld voor het daaropvolgende jaar en moet gebruikt worden om de doelen binnen het cluster te bereiken. Als er extra activiteiten nodig zijn om het beleid goed te kunnen uitvoeren, moet dat passen binnen de kaders van het subsidieplafond. 

Op basis van het in 2016 vastgestelde subsidiebeleid zijn de subsidies verdeeld in clusters. Deze clusters geven aan welke maatschappelijke doelen worden gediend. In onderstaande tabel geven we inzicht in de plafonds en de realisatie per subsidiecluster. 

Cluster Subsidieplafond 2025 (begroting na wijziging) Realisatie 2025 Verschil begroting- realisatie
Meedoen Makkelijker Maken 1.967.508 1.858.801 108.707
Opgroeien en Opvoeden 1.621.863 1.513.643 108.220
Cultuur (Bibliotheek) 747.699 747.559 140
Bevorderen Sociale Cohesie 178.350 168.385 9.965
Cultuur 1.593.074 1.544.552 48.522
Ondersteuning Ondernemersklimaat 87.514 82.319 5.195
Sport 412.588 411.270 1.318
Toerisme 61.647 21.062 40.585
Vorming en Ontwikkeling 27.618 10.450 17.168
Volksgezondheid en Zorg 17.302 12.201 5.101
Totaal 6.715.163 6.370.241 344.922
13.1

Toelichting afwijkingen

In 2025 is per saldo op het subsidieplafond een totaalbedrag van € 344.922,- minder aan subsidies verleend ten opzichte van het begrote bedrag. Afwijkingen, zowel positief als negatief, van minimaal € 50.000,- per cluster worden hieronder kort toegelicht.

Meedoen Makkelijker Maken 
Bij Meedoen Makkelijker Maken (MMM) is een onder-realisatie van € 109.000,-. € 5.000,- is het effect van de vaststelling van subsidie 2024. Het overige deel wordt veroorzaakt doordat enkele subsidies zijn gedekt uit de SPUK Inburgering.  

Opgroeien en Opvoeden 
Bij Opgroeien en Opvoeden is een onder-realisatie van € 108.000,-. € 59.000,- is het effect van de vaststelling van de subsidies 2025 (waarvan € 38.000 op peuteropvang) Hierdoor bedraagt de over-realisatie feitelijk € 49.000,-. Voor Peuteropvang is € 40.000,- minder subsidie verleend dan begroot, het resterende bedrag van € 9.000,- is minder verleend dan begroot.

Overzicht intensieve sturingsrelaties

Terug naar navigatie - Subsidieverstrekking - Overzicht intensieve sturingsrelaties
Intensieve sturingsrelatie Cluster Realisatie 2025 (op basis van verlening) Programma
GGzE Subsidie Cluster Meedoen Makkelijker Maken 301.491 1
Subsidie Cluster Opgroeien en Opvoeden 16.805 1
SPUK GALA 7.851 1
Cordaad Subsidie Cluster Meedoen Makkelijker Maken 624.366 1
SPUK Inburgering 121.294 1
Lumens Subsidie Cluster Meedoen Makkelijker Maken 386.526 1
Subsidie Cluster Opgroeien en Opvoeden 483.780 1
SPUK NPO 61.680 1
SPUK Inburgering 1.055 1
Overig 79.057 1
Combinatie Jeugdzorg Subsidie Cluster Meedoen Makkelijker Maken 19.532 1
Subsidie Cluster Opgroeien en Opvoeden 807.226 1
MEEdeMeentgroep Subsidie Cluster Meedoen Makkelijker Maken 428.107 1
Subsidie Cluster Opgroeien en Opvoeden 13.571 1
SPUK GALA 11.945 1
Overig 70.715 1
GGD JGZ Subsidie Cluster Opgroeien en Opvoeden 111.295 1
Centrummanagement Subsidie Cluster Ondersteuning Ondernemersklimaat 82.319 2
CC De Hofnar Subsidie Cluster Cultuur 1.204.750 3
Bibliotheek De Kempen Subsidie Cluster Cultuur 747.559 3
SPUK IDO 28.325 3
Overig 27.850 1
Sporthal De Belleman Subsidie Cluster Sport 380.000 1
Peuteropvang Subsidie Cluster Opgroeien en Opvoeden 97.796 1
SPUK OAB 277.873 1
Bloemencorso Subsidie Cluster Cultuur 69.500 3
13.2

Wat doen ze ervoor? 
Naast een overzicht van de intensieve sturingsrelaties met daarin de omvang van de subsidie volgt vervolgens per relatie een toelichting waarvoor deze subsidies bedoeld zijn. 

GGzE 
Aan GGzE is subsidie verleend voor activiteiten in het voorliggend veld Sociaal Domein en voor het leveren van inzet van medewerkers voor ons Centrum Jeugd en Gezin/Sociaal team voor onze taken op het vlak van Jeugd en Wmo. 

  • Activiteiten voorliggend veld: organiseren van een indicatievrije inloop bij de Boei aan de Pastoor van Vroonhovenstraat; 
  • Inzet detachering medewerkers CJG/Sociaal Team: Inzet kwartiermaker bij ondersteuningsvragen op het gebied van eenzaamheid, psychische problemen en organiseren van zinvolle dagbesteding. Inzet voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen en Baby Extra trajecten.

Cordaad 
Aan Cordaad is subsidie verleend voor activiteiten in het voorliggend veld Sociaal Domein.

  • Activiteiten voorliggend veld: praktische ondersteuning, bewonersondersteuning, vrijwilligerscentrale, buurtbemiddeling, vluchtelingenwerk en inburgering, jeugd- en jongerenwerk, DigiTaalhuis en ANWB AutoMaatje. Door de stijging van het aantal vluchtelingen is vanuit GALA een extra subsidie verleend voor begeleiding van vluchtelingen bij praktische zaken op het gebied van wonen, welzijn, werk en zorg.

Lumens 
Aan Lumens is subsidie verleend voor activiteiten in het voorliggend veld Sociaal Domein en voor het leveren van personele inzet voor ons Centrum Jeugd en Gezin en Sociaal Team voor onze taken op het vlak van Jeugd, Wmo en W&I. 

  • Activiteiten voorliggend veld: Buurtbemiddeling, Sociaal raadslieden Werk, Crisisdienst, Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen ?en Psychosociale Hulpverlening bij Incidenten, schoolmaatschappelijk werk PO en VO;
  • Personele inzet CJG/ Sociaal Team: Algemeen Maatschappelijk Werk, Jeugdmaatschappelijk Werk en echtscheidingsadviseur.

Combinatie Jeugdzorg 
Aan Combinatie Jeugdzorg is subsidie verleend voor het leveren van personele inzet voor ons Centrum Jeugd en Gezin voor onze taken op het vlak van Jeugd. 

  • Personele inzet CJG: jeugdhulpverleners, GZ- psycholoog (gedragswetenschapper) en expertise complexe echtscheidingen. 

MEE De Meent Groep 
Aan MEE De Meent Groep is subsidie verleend voor activiteiten in het voorliggend veld Sociaal Domein en voor het leveren van personele inzet voor ons Centrum Jeugd en Gezin en Sociaal Team voor onze taken op het vlak van Jeugd en Wmo. 

  • Activiteiten voorliggend veld: activerende cliëntondersteuning, onafhankelijke cliëntondersteuning, expertise leven met een beperking, Kansrijke Start, versterken sociale basis door inzet LiNCK;
  • Personele inzet CJG/ Sociaal Team: inzet van 3 fte cliëntondersteuning.

GGD: maatwerktaken jeugdgezondheidszorg

Aan de GGD is een subsidie verleend voor de maatwerktaken jeugdgezondheidszorg.

  • Contactmomenten op maat, Video Home Training, Stevig Ouderschap, samenwerking/toeleiding consultatiebureau naar voor- en vroegschoolse educatie (VVE), VVE, inzet CJG, extra inzet jeugdverpleegkundige, extra inzet jeugdarts, inzet voor Kansrijke Start, uren voor samenwerking.

Centrummanagement 
Aan Centrummanagement is subsidie verleend voor: 

  • Het aantrekkelijk en levendig maken van het centrum; 
  • Het aantrekkelijk maken van de organisatiegraad in het centrum; 
  • Het versterken van de samenwerking en regie bij evenementen en op het gebied van de promotie van het centrum; 
  • Het intensiveren van de samenwerking tussen detailhandel, de horeca en de weekmarkt;
  • De realisatie van de doelstelling uit het Masterplan Centrum. 

Theater De Hofnar
Aan Theater De Hofnar is subsidie verleend omdat het de pijler is van het culturele leven in Valkenswaard. Theater De Hofnar: 

  • Biedt professionele voorstellingen aan in alle genres;
  • Biedt lokale artiesten en gezelschappen ruime mogelijkheden om optredens te verzorgen en vervult zo een belangrijke rol in het faciliteren van lokaal talent; 
  • Ontwikkelt een tweede programmalijn als cultureel hoofdkantoor en huiskamer van Valkenswaard; 
  • Zoekt samenwerking met culturele kernvoorzieningen in Valkenswaard om theater zo efficiënt mogelijk vorm te geven;
  • Vervult een actieve rol op het gebied van cultuureducatie binnen het primair en secundair onderwijs. 

Bibliotheek De Kempen 
Aan bibliotheek De Kempen is subsidie verleend voor het uitvoeren van de taken van de bibliotheek, die zich bewegen rond vier thema’s: 

  • Jeugd en onderwijs (taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid, voorkomen van taalachterstand en laaggeletterdheid); 
  • Participatie en zelfredzaamheid met focus op kwetsbare groepen zoals ouderen, nieuwkomers en laaggeletterden; 
  • Persoonlijke ontwikkeling (een leven lang leren); 
  • Verandering / verbreding van de klassieke bibliotheek – efficiënter en effectiever inrichten van de uitleenfunctie en daarnaast ontwikkelen van nieuwe (bedrijfs)modellen en nieuw (digitaal) aanbod. 

Sporthal de Belleman 
Aan Sporthal De Belleman is subsidie verleend op grond van afspraken voor het beheer van het multifunctionele gebouw. Het gebouw heeft een belangrijke functie in Dommelen.

Peuteropvang 
Aan Peuteropvang is subsidie verleend voor Vroeg- en voorschoolse educatie (VVE), doelgroep-peuters en een Pedagogisch Beleidsmedewerker VE. Reguliere peuteropvang wordt gedekt uit gemeentelijke middelen, de subsidie voor VE en doelgroep-peuters worden gedekt uit middelen uit het Onderwijs Achterstanden Beleid die door het Rijk hiervoor specifiek beschikbaar worden gesteld. 

Bloemencorso 
Aan de Stichting Bloemencorso Valkenswaard (de corsocultuur is UNESCO immaterieel erfgoed) is onder meer subsidie verleend voor: 

  • Activiteiten die aansluiten bij onze beleidsdoelstelling van cultuur, toerisme, evenementen en bevorderen sociale cohesie; 
  • Verbeteren van de constructieve veiligheid van alle bloemencorsotenten;
  • Samenwerking met het voormalige cultuurfestival Val-Val-D’rie in het huidige Corso & Cultuur Festival.

Hoe sturen we erop 
Gedurende het jaar vindt met de intensieve sturingsrelaties periodiek zowel ambtelijk als bestuurlijk overleg plaats. In die gesprekken wordt de voortgang op de afspraken in de beschikking besproken. Met de intensieve sturingsrelaties binnen het sociaal domein zijn uniforme afspraken gemaakt als het gaat om inzet en verantwoording van de subsidie voor de inzet voorliggend veld versus de bijdrage aan het CJG/ Sociaal Team. Voor de inzet voorliggend veld gelden voorwaarden op basis waarvan de sturingsrelaties de inzet van uren in het voorliggend veld verantwoorden. Voor een deel van de activiteiten wordt een inwoner-ervaringsonderzoek afgenomen. Voor de bijdrage aan CJG/ Sociaal Team wordt gewerkt met een gezamenlijk ontwikkelplan waarin afspraken zijn opgenomen over ontwikkeling van onder andere de kwaliteit en scholing. Het is momenteel nog niet mogelijk om een overzicht te geven van de resultaten van de intensieve subsidierelaties ten aanzien van de inzet in het voorliggend veld. Wel worden deze sturingsrelaties jaarlijks gevraagd om aan te geven aan welke doelen binnen het sociaal domein hun inzet bijdraagt. De resultaten van de activiteiten van de sturingsrelaties ten behoeve van het CJG/ Sociaal Team komen terug in de periodieke Monitor Sociaal Domein en de cliënt-ervaringsonderzoeken Jeugd en WMO.